Maarten Govaerts: "Ze vertellen echt alles! Dat maakt het zo leuk"

Twintig bengeltjes heeft meester Maarten dit jaar in de klas, kleuters van vier en vijf jaar oud. Stuk voor stuk zijn het karaktertjes waar hij zijn handen vol aan heeft. Wat hem het meest boeit? De interactie en de kringgesprekken waarbij hij probeert uit te vissen wat er in die hoofdjes omgaat.

Er zijn weinig jonge mannen die kiezen voor het kleuteronderwijs. Van waar jouw keuze?

Ik heb in het middelbaar de opleiding verzorging gedaan. Wij deden stages in bejaardentehuizen, maar ook in crèches en buitenschoolse kinderopvang. Daar is mijn belangstelling gewekt. Ik voelde dat ik veel positieve energie van de kinderen terugkreeg. Zo ben ik in het zevende jaar kinderverzorging belandt, waar ik nog meer ervaring kon opdoen in een kleuterklas. Uiteraard lag de klemtoon op 'verzorging', maar ik mocht al eens een activiteit begeleiden. Dat vond ik zo geweldig dat ik besloot om daarin verder te gaan.

 

Heeft de opleiding aan je verwachtingen beantwoord?

Ik wist vooraf dat die overstap van het beroepsonderwijs naar de hogeschool niet eenvoudig zou zijn. Vooral in het begin, toen we veel theorie moesten verwerken, was het niet gemakkelijk. Bij de stages had ik dan weer een licht voordeel, omdat ik al wist hoe het er in een kleuterklas aan toegaat.

 

 

Ze zijn nog zo jong, die kleuters. Mij lijkt dat niet vanzelfsprekend.

Het is ook niet evident, maar in de opleiding leer je werken met kinderen, reageren op allerlei situaties, activiteiten aanpakken... Dat geeft je een stevige basis. En als je je eigen klas hebt, begint er een heel nieuw hoofdstuk. Vorig jaar stond ik bij de jongsten, een instapklasje met 2,5-jarigen.  Mijn vriendin gaf me toen een stempel van een olifant. Vandaar dat ik mijn klasje 'de klas van Babar' heb genoemd. Dit schooljaar ben ik met Babar verhuisd naar de derde kleuterklas met zowel 4- als 5-jarigen.

 

Wat vind je het leukste?

Ik zit graag in de kring om te praten met de kinderen. Ik ben nieuwsgierig en wil graag weten wat er in hun hoofdjes omgaat. Als je weet waarom een kind zich niet goed voelt, kan je daarop inspelen. Ze komen echt alles vertellen: over thuis, wat er op de speelplaats is gebeurd, hoe ze zich voelen... Dat maakt het zo leuk.

 

 

Heeft echt elke activiteit een bepaald doel?

Mensen denken vaak 'Ach, de kleuterklas, dat is gewoon maar spelen', maar het is veel meer dan dat. In de klas een spelletje nooit zomaar een spelletje. Het gaat bijvoorbeeld over kleuren benoemen, een cijferbeeld herkennen, tellen... Tekenen kan een voorbereiding zijn op schrijven en om te puzzelen heb je ruimtelijk inzicht nodig, wat is voor het ene kind moeilijker dan voor het andere.

 

Wat is de grootste uitdaging?

Om het interessant te houden voor de kinderen. Hoe kan ik ze prikkelen? Hoe ga ik ze stuk voor stuk meenemen in mijn verhaal? Sommige kinderen zijn heel geïnteresseerd, andere zeggen meteen 'Ik ben moe, ik wil niets doen'. Bovendien is het niet zo dat je altijd twintig engeltjes in de klas hebt zitten: ze willen al eens tegendraads doen. Elke dag opnieuw moet je bekijken hoe je die kinderen op een positieve manier bij het gebeuren kan betrekken. Soms zijn er bijzondere situaties. Zo  startte dit jaar een kind in mijn klas dat alleen Portugees sprak. Dan moet je als leerkracht inventief zijn en echt alles met handen en voeten uitleggen. Maar het is extra leuk om te zien hoe snel zo’n kind de taal oppikt, want het begrijpt nu zo goed als alles wat ik zeg en kan zelfs al een beetje Nederlands spreken.

 

Wat geeft je de meeste voldoening?

Als je iets doet in de klas en je ziet dat de kinderen het helemaal begrepen hebben. Of als kinderen roepen 'Meester, kom kijken, het is gelukt!' Ja, dan ben je echt fier. Dat kan een puzzel zijn die ze eindelijk hebben kunnen leggen, of een tekening...

 

 

Zou je het anderen aanraden?

Zeker! Ik word ook elk jaar gevraagd  om in het zevende jaar kinderzorg te gaan spreken over de keuze die ik heb gemaakt.  Aan het begin van mijn bezoek ziet de meerderheid van de klas kleuteronderwijs als een optie. Aan het eind zijn dit nog maar enkelingen. Gewoon omdat ze met de realiteit geconfronteerd zijn: kleuterjuf of -meester zijn is niet alleen maar spelletjes spelen, maar ook hard werken. Ik raad ze ook altijd aan om naar de infomomenten van de hogescholen te gaan. Daar kunnen ze de cursussen inkijken, kennismaken met docenten en praten met studenten. Als je daarna nog steeds denkt 'Dit wil ik doen', ga er dan voor en geef niet te snel op als het wat moeilijker is dan je had verwacht.

Ik wil leraar worden