Ga naar de hoofdinhoud

In gesprek met drie Belgische OCMW’s

15/12/2025
OCMW-medewerkers
Martine Dingemans Coördinator Valorisatie
Sin Mei Chiu Onderzoeksmedewerker
Bérénice Storms Coördinator onderzoekslijn - onderzoeker

REMI Sociaal helpt OCMW’s om op een objectieve en gelijkwaardige manier bij te dragen aan het realiseren van een menswaardig leven voor hun inwoners

Dat zeggen althans de OCMW’s die met de webapplicatie aan de slag zijn. De uitrol van het federaal pilootproject onder de vleugels van de POD mi zorgde ervoor dat heel wat Belgische OCMW’s REMI Sociaal gebruiken om de behoeftigheid van gezinnen vast te stellen. Sinds mei 2025 gebruiken 186 Belgische OCMW’s de webapplicatie. 

Benieuwd als we zijn naar hun ervaringen trokken collega’s Martine en Sin Mei in de zomer van 2025 naar 3 OCMW’s. Ze spraken met Inge De Kimpe van het fusiebestuur Beveren, Kruibeke, Zwijndrecht, met Ilham Ahalouche van CPAS Schaarbeek en met Muriel Devleeschouwer en Louise Denolf van CPAS Chaumont-Gistoux. Zij gebruiken de applicatie als diensthoofd sociale dienst of als maatschappelijk werker. 

In het interview lees je uitgebreid hoe deze OCMW’s de referentiebudgetten en REMI Sociaal leerden kennen, welke meerwaarde zij hierin zien en hoe ze het inzetten in hun werking. In de video hoor je Inge, Ilham, Muriel en Louise zelf vertellen over hoe hun OCMW’s met de referentiebudgetten aan de slag gaan. 

Martine: Hoe leerden jullie de referentiebudgetten en de REMI Sociaal-tool kennen?

Inge (BKZ): Die trok al langer de aandacht van onze besturen. We namen intern verschillende initiatieven om een rechtvaardig en helder beoordelingsmethode te ontwerpen, maar we merkten dat we hiermee toch niet het gewenste resultaat boekten. We zagen steeds meer in dat onze individuele steunvormen veeleer brandjes blusten en armoede mee in stand hielden. De subsidieoproep kwam voor ons écht als geroepen. Het concept van de referentiebudgetten was voldoende gerijpt om ermee aan de slag te gaan. Bovendien zorgde de extra financiering ervoor dat we de webapplicatie konden ontdekken en verkennen zonder dat we een groot risico liepen op een verhoging van de lokale middelen.

Ilham (Schaarbeek): Ook bij ons heeft het pilootproject ervoor gezorgd dat de applicatie vanaf 2024 door de ganse organisatie werd gebruikt bij de behoeftediagnose van onze cliënten. 

Martine: Hoe ervaarden jullie het gebruik van de tool in de praktijk en wat zien jullie als meerwaarde van de referentiebudgetten in jullie werking?

Muriel (Chaumont-Gistoux): REMI Sociaal ondersteunt de maatschappelijk werker in de analyse van de situatie en de opmaak van het budget tijdens het sociaal onderzoek. Bij ons worden de gegevens ingevoerd door de maatschappelijk werkers die de hulpvragen behandelen en de applicatie wordt in elk sociaal onderzoek ingezet. De meerwaarde van de referentiebudgetten is veelzijdig volgens mij. Het grootste voordeel is dat we dankzij de applicatie op een grondige en gelijkwaardige manier de behoeftigheid van de hulpvrager kunnen vaststellen. 

Ilham (Schaarbeek): Voor ons heeft de applicatie ervoor gezorgd dat we meer houvast hebben bij de toekenning van een steun. Die toekenning gebeurt ook veel objectiever sinds we met de applicatie werken. Waar we vroeger aan iedere cliënt met een leefloon standaard extra steun gaven, hebben de referentiebudgetten ons doen inzien dat dit niet altijd nodig was om de menswaardigheid te garanderen. Dat gaf dus ook ruimte om te kijken naar wie die steun wel goed kon gebruiken. Heel eerlijk, die verandering was niet gemakkelijk. Zeg maar eens tegen een cliënt dat die ineens geen steun meer krijgt! Vandaag nemen we de referentiebudgetten er altijd bij als er een vraag tot steun komt. Dat is echt een bewuste keuze geweest in onze sociale en interne politiek. En uiteindelijk heeft dat ervoor gezorgd dat we onze steuntoekenning konden harmoniseren en ook kunnen objectiveren opzichte van onze cliënten. Dat vind ikzelf het grootste voordeel aan de referentiebudgetten en de applicatie. 

De meerwaarde van de referentiebudgetten is veelzijdig. In het kader van een hulpaanvraag maakt het opstellen van een menswaardig budget integraal deel uit van het sociaal onderzoek. 

Muriel Devleeschouwer – Chef de service CPAS Chaumont-Gistoux

Louise (Chaumont-Gistoux): Wat handig is aan de referentiebudgetten is dat ze ook toekomstgericht zijn. Ze houden ook rekening met de kosten voor een computer, de herstelling of aankoop van huishoudtoestellen of de vernieuwing van een identiteitskaart. En dat ze ook inzetten op dingen als vrije tijd en sociale relaties zorgt ervoor dat ze alle posten omvatten die nodig zijn om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen. 


Sin Mei: Na afloop van het pilootproject waren er geen federale middelen meer om de applicatie te financieren en financiële steun toe te kennen. Heeft dat gespeeld in jullie organisatie? En hoe hebben jullie het voortgezet gebruik van de applicatie dan beargumenteerd? 

Inge (BKZ): We hebben een interne evaluatie gemaakt om te bekijken wat de effecten waren voor ons fusiebestuur. Die toonde aan dat onze eigen lokale middelen niet spectaculair moesten toenemen én dat we tegelijkertijd wel vooruitgang maakten met onze cliënten. Toen was in een oogopslag duidelijk dat de applicatie en de referentiebudgetten hun meerwaarde hadden. We zagen die vooruitgang trouwens op verschillende vlakken. Het feit dat we ons voortaan kunnen baseren op een wetenschappelijke basis om behoeftigheid vast te stellen op maat van elk gezinstype is er een. Daarnaast zien we veel meer transparantie en eenvormigheid in beslissingen. Ten slotte creëerden we een welvaartsvast systeem van steunverlening, zonder telkens nieuwe modaliteiten te moeten uitvinden.

Uit onze eigen evaluatie bleek dat de lokale middelen niet spectaculair moesten toenemen en dat we vooruitgang maakten in ons beleid. Toen was de meerwaarde duidelijk.

Inge De Kimpe, Hoofd maatschappelijk werker sociaal huis BZK

Martine: Verandert het gebruik van de referentiebudgetten en de REMI Sociaal applicatie iets in de  hulpverleningstrajecten die jullie afleggen met cliënten? 

Inge (BKZ): Het vraagt een intensievere begeleiding en engagement, zowel van cliënten als van hulpverleners. Als diensthoofd, politiek verantwoordelijke of als maatschappelijk werker mag je de inzet van REMI Sociaal dus niet zien als een totaaloplossing voor de werkdruk die we ervaren, maar wel als een investering die op lange termijn vruchten afwerpt en bijdraagt aan structurele armoedebestrijding. 

Sin Mei: Welke nieuwe inzichten leverde het gebruik van REMI Sociaal op?

Ilham (Schaarbeek): Zoals we al zeiden, zorgt REMI Sociaal er vooral voor dat we onze steuntoekenning intern konden harmoniseren en objectiveren. Vroeger maakten we berekeningen op basis van de facturen en rekeninguittreksels die cliënten meebrachten. Doordat REMI Sociaal alle noodzakelijke posten in rekening brengt, ook die op lange termijn, komen we tot een beter gedragen berekening. Dat haalt druk van de ketel waardoor we ons als maatschappelijk werker meer kunnen richten op de begeleiding van onze cliënten. Voor we op zo’n eengemaakt steunkader konden terugvallen, vroegen administratieve vereisten meer om onze aandacht.

Waar we vroeger een budget opmaakten op basis van de facturen en rekeninguittreksels die mensen binnenbrachten, helpt REMI Sociaal ons nu om alle posten in rekening te brengen, ook degene die verder in de toekomst liggen. 

Ilham Ahalouche – maatschappelijk werker, CPAS Schaarbeek

Muriel (Chaumont-Gistoux): Wat ons echt is opgevallen en ook wel heeft verbaasd, is dat zelfs het hebben van een arbeidsinkomen niet altijd genoeg is om zelfs maar in de basisbehoeften te kunnen voldoen. Wat kunnen we dan nog zeggen over menselijke waardigheid? De referentiebudgetten bevestigen, objectiveren en tonen de bestaansonzekerheid aan die bij een groot deel van de bevolking aanwezig is. Ze maken de kwetsbaarheid van gezinsbudgetten zichtbaar, en dus ook de noodzaak om voldoende financiële steun te blijven bieden. Ze legitimeren bovendien aanvullende sociale hulp. En vooral, hoe ik het zie: ze zouden een hefboom moeten worden om socialere en rechtvaardigere beleidsmaatregelen te bedenken en te ontwikkelen.

Inge (BKZ): Een webapplicatie blijft ook maar een applicatie als je er geen goed kader en beleidswerk naast zet. Het biedt zelf geen antwoord op wat je wil bereiken. Jullie afsprakenkader was een eyeopener. Dat hebben we intern vastgepakt en we werken via concrete doelstellingen naar het garanderen van een menswaardig inkomen voor al onze inwoners toe. Hieraan werken ook de eerstelijns maatschappelijk werkers en schuldhulpverleners mee. Om dat afsprakenkader levend en actueel te houden, organiseren we maandelijkse intervisies voor de maatschappelijk werkers. We bespreken specifieke casussen, programmatische aspecten, vragen over de begeleiding van een cliënt of waar de groep op dat moment nood aan heeft.  Ons afsprakenkader is dus nooit af maar vindt zichzelf elke keer weer uit. 

Ons afsprakenkader is dus een dynamisch document: aan de hand van nieuwe casussen, voortschrijdend inzicht en gerichte beleidskeuzes werken we dit vanuit de werkgroep frequent bij. 

Inge De Kimpe, Hoofd maatschappelijk werker sociaal huis BZK