Naast het leefloon, kunnen OCMW’s ook aanvullende financiële steun toekennen aan burgers die ondanks een uitkering of loon niet menswaardig kunnen leven. De bedoeling ervan is om, rekening houdend met de specifieke situatie van de burger, een toereikend inkomen te garanderen. In heel wat gemeentes bleef tot voor kort deze aanvullende steun een onderbenut instrument. In 2023 en 2024 werd er in een pilootproject een federale subsidie van telkens 35 miljoen euro voorzien dat Belgische OCMW’s extra ademruimte gaf om inwoners te ondersteunen met een menswaardig inkomen.
Het uitblijven van een beslissing om die federale subsidie verder te zetten, brengt niet alleen de werking van lokale besturen in het gedrang maar zet vooral het menswaardig bestaan van de inwoners onder druk. Nochtans is het garanderen van dat menswaardig bestaan een van de kerntaken van de OCMW’s.
Het uitblijven van een beslissing over de verlenging van de subsidie zorgt ervoor dat OCMW’s die aanvullende steun volledig met lokale middelen moeten financieren. Hoewel aanvullende steun een lokale verantwoordelijkheid is, kunnen we er niet omheen dat niet alle lokale besturen over dezelfde financiële middelen beschikken en dat in sommige gemeenten de nood hoger is dan in andere. Zeker voor de Brusselse en Waalse OCMW’s is het wegvallen van de federale subsidie een torenhoge drempel. Als we echt werk willen maken van een menswaardig inkomen voor alle burgers, is die federale subsidie dan ook broodnodig. Een menswaardig inkomen is immers geen luxe, maar een grondrecht.
Daarnaast pleiten we ervoor om de administratieve controle ter verantwoording van de toegekende steun te vereenvoudigen. In de evaluatiestudie van de KU Leuven werd die door de lokale besturen als een enorme administratieve last omschreven.
Om te bepalen wat een menswaardig inkomen is, gebruikten de OCMW’s de REMI-tool die ontwikkeld werd door het Expertisecentrum Budget en Financieel Welzijn van Thomas More. Die tool maakt een objectieve en wetenschappelijk onderbouwde inschatting van de financiële behoeftigheid van gezinnen en toont welk inkomen zij nodig hebben om alle minimale uitgaven te doen om een menswaardig leven te leiden. De tool toont ook op welke uitgaven eventueel kan worden bespaard. Dankzij de REMI-tool gebeurt het beoordelen van de behoeftigheid van inwoners objectiever en dankzij de federale subsidie werden OCMW’s aangemoedigd om kwetsbare burgers financieel te ondersteunen op maat van iedere leefstuatie. Vóór die federale subsidie keerden lang niet alle Belgische OCMW’s aanvullende steun uit, en al zeker niet in het zuiden van het land.
REMI maakt het mogelijk om dit grondrecht op een transparante, onderbouwde manier te realiseren. De tool maakt daarbij ook komaf met de vroegere versnipperde steunmaatregelen. Het gebruik ervan heeft voor veel OCMW’s bevestigd dat de steun die ze bieden vaak onvoldoende is om hun cliënten op een menswaardige manier te laten leven.
Het is aan de federale beleidsmakers om hun verantwoordelijkheid op te nemen: maak de nodige middelen vrij en geef lokale besturen de kans om verder te investeren in structurele, rechtvaardige en effectieve armoedebestrijding, met REMI als betrouwbare bondgenoot.