Ga naar de hoofdinhoud

Voedselhulp: Noodhulp of structurele oplossing?

24/03/2025
Marieke Frederickx Onderzoeker
Bérénice Storms Coördinator onderzoekslijn - onderzoeker

In België is er de laatste jaren een opmerkelijke toename in het aantal mensen dat afhankelijk is van voedselhulp. In 2024 ontvingen meer dan 200.000 Belgen maandelijks voedselhulp [1]. Waar voedselbanken oorspronkelijk bedoeld waren als tijdelijke oplossing voor acute noden, vormen ze voor steeds meer mensen een structureel onderdeel van hun overlevingsstrategie. Deze ontwikkeling roept vragen op over zowel de plaats van voedselhulp als een strategie om armoede aan te pakken als over de effectiviteit ervan. 

De rol van overheden in voedselhulp

Het is opvallend dat lokale en bovenlokale overheden in België steeds vaker betrokken zijn bij de financiering en organisatie van voedselhulp. Meer dan 60% van de OCMW’s is actief betrokken bij de verstrekking van voedselpakketten [2]. Hierdoor raakt voedselhulp steeds meer verweven met het sociaal beleid. Europese fondsen  spelen hierbij een essentiële rol. Als onderdeel van het bredere Europese sociale beleid bieden deze fondsen niet alleen financiële ondersteuning, maar dragen ze ook bij aan de institutionalisering van voedselhulp binnen de nationale welvaartsstelsels [3]. Ook in het recente  federaal regeerakkoord (zie pagina 80) en Vlaams regeerakkoord (zie pagina 155) wordt de ondersteuning van voedselbanken en voedselverdeelinitiatieven expliciet benoemd als sociale beschermingsmaatregel. Hierdoor dreigt voedselhulp een structureel onderdeel te worden van het sociale vangnet. Op die manier wordt het inzetten van voedselhulp een ‘sticking plaster’; een lapmiddel dat de fundamentele oorzaken van armoede verhult zonder deze écht aan te pakken.

Voedselhulp als symptoombestrijding

De toename van het aantal voedselhulpontvangers is niet op zichzelf te verklaren. Die is het directe gevolg van structurele economische uitdagingen, zoals ontoereikende sociale uitkeringen en minimumlonen en de stijgende kosten van basisbehoeften zoals huisvesting en energie. Degenen die niet in hun basisbehoeften kunnen voorzien, zijn vaak genoodzaakt om voedselhulp in te schakelen als laatste redmiddel. Hoe onmisbaar ook, voedselhulp bestrijdt armoede niet  duurzaam:

  • Het is geen structureel recht: voedselhulp is afhankelijk van liefdadigheid en schenkingen, waardoor de toegang onzeker en variabel is.
  • Het leidt tot stigmatisering: eet beroep moeten doen op voedselhulp kan leiden tot sociale uitsluiting en gevoelens van schaamte bij ontvangers.
  • Het beperkt de keuzevrijheid: voedselhulp biedt weinig autonomie in de keuze van producten, in tegenstelling tot financiële steun waarmee mensen zelf hun prioriteiten kunnen bepalen.

Wat zijn dan wel structurele oplossingen?

Een duurzame oplossing voor (voedsel)armoede ligt in het waarborgen van een adequaat inkomen voor mensen. Hiermee bedoelen we:

  1. Toereikende sociale uitkeringen en minimumlonen: mensen moeten in staat zijn om in hun basisbehoeften te voorzien zonder afhankelijk te zijn van externe hulpbronnen zoals voedselhulp.
  2. Betaalbare basisvoorzieningen: de toegang tot huisvesting, energie en zorg moet gewaarborgd blijven aan betaalbare kosten.
  3. Autonomie in financiële ondersteuning: indien aanvullende steun van het OCMW nodig is, gebeurt dit best in de vorm van financiële steun in plaats van via voedselhulp of vouchers.

Het kan dus ook niet anders om bij het beoordelen van de financiële behoeftigheid van gezinnen niet alleen het inkomen in beschouwing te nemen maar ook de bredere leefcontext en de noodzakelijke uitgaven. Hulpverleners kunnen hiervoor tools zoals REMI gebruiken om een beter beeld te krijgen van de financiële kwetsbaarheid van cliënten. We benadrukken hierbij dat voedselhulp beter niet in rekening wordt gebracht bij het beoordelen van de financiële nood van gezinnen omdat de beschikbaarheid ervan onzeker is, de waarde ervan niet is vastgesteld en omdat de pakketten niet altijd geschikt zijn om gezonde en gevarieerde maaltijden te bereiden of afgestemd te worden op dieetvereisten of voorkeuren [4]. 

Voedselhulp als noodzakelijke noodoplossing

De institutionalisering van voedselhulp mag niet leiden tot een normalisering ervan binnen het armoedebeleid. Voedselhulp is bedoeld als tijdelijke noodhulp in crisissituaties en als dusdanig vaak noodzakelijk zolang onze samenleving er niet slaagt een menswaardig inkomen voor iedereen te waarborgen. Wanneer voedselhulp systematisch wordt geïntegreerd in het armoedebeleid bestaat het risico dat de noodzakelijke druk op overheden om structurele maatregelen te nemen afneemt. Voedselhulp moeten we dus beschouwen als een tijdelijke aanvullende maatregel die in geval van hoge nood wordt toegekend, maar niet als een fundamentele pijler van onze sociale bescherming. Het beleid zou erop gericht moeten zijn om voedselhulp in de toekomst overbodig te maken. Inzetten op structureel armoedebeleid zoals het waarborgen van een toereikend inkomen en voldoende tijd om mensen duurzaam te begeleiden zijn hierin cruciaal.

Bron

[1] https://www.foodbanks.be/nl/index.html

[2] Algemeen | POD Maatschappelijke Integratie

[3] Greiβ, J. (2024). European social funding and the institutionalisation of food aid: a wicked policy problem. Doctoral dissertation, University of Antwerp.

[4] Hermans, K. (2024). Stepping out of the margin: exploring the scope and the dynamics of charity food aid in relation to inadequate social safety nets in European welfare states. Doctoral dissertation, University of Antwerp.