Ga naar de hoofdinhoud

Een kennisrijke les op St Dominic Savio Catholic Primary School

23/06/2026
Tine Hoof Begeleider professionele ontwikkeling en onderzoeker
Hannah Bijlsma Gastprofessor

Wanneer we St Dominic Savio Catholic Primary School in het Britse Woodley, vlakbij Londen, binnenstappen, horen we kinderen enthousiast zingen. Schoolleider Laura Hulland vertelt trots: “Onze zesdejaars zijn volop bezig met de voorbereiding van het toneelstuk dat ze aan het einde van het schooljaar zullen opvoeren. Ze zijn nog wat zenuwachtig, maar ze gaan het fantastisch doen!”. Acht jaar geleden koos de school een nieuwe koers: meer focus op een warm leerklimaat met heldere routines, sterke didactiek, en een kennisrijk curriculum. Zo wil ze álle leerlingen optimale kansen bieden. Net daarom bezoeken we deze school. Dit bezoek is het tweede in een reeks van observaties en gesprekken met leraren die al ervaren zijn in het lesgeven met een kennisrijk curriculum. We brengen in kaart welke vaardigheden ze inzetten voor, tijdens en na de les, welke kennis ze (vaak impliciet) gebruiken om doordachte keuzes te maken en welke overtuigingen daaraan ten grondslag liggen. In deze blog delen we onze observaties uit de les van Thomas Shoard, leraar op St Dominic Savio Catholic Primary School.

We volgen de leerlingen na de repetitie naar hun leslokaal, waar Thomas klaar staat aan de deur en elke leerling vriendelijk verwelkomt. Alle dertig leerlingen nemen rustig plaats. De poster met ‘wow work’ achteraan in de klas trekt de aandacht. 

Vandaag leren we om...

Op het bord staan de datum en de “WALT”. Dat staat voor “We Are Learning To …” (Vandaag leren we om …), het leerdoel van die les dus. Voor vandaag is dat: We leren om het belang van de Britse overwinning in de Battle of Britain te analyseren. Deze les kadert binnen het thema World War II. Ze bouwt verder op eerdere thema’s uit Het Primary Knowledge Curriculum, het kennisrijke geschiedeniscurriculum waar de school mee werkt.  Bij de voorbereiding van de les gebruikte Thomas de materialen van dit curriculum en paste hij ze aan zijn leerlingen aan. Hij kent zijn leerlingen goed, weet wat ze aankunnen en waar nog ondersteuning nodig is.

De leraar start met een vraag die relevante leerstof uit de vorige les activeert: “Welke twee groepen landen streden tegen elkaar in de Tweede Wereldoorlog?” Die kennis over de machtsdynamieken hebben de leerlingen nodig om de nieuwe leerstof die in deze les centraal staat aan vast te haken. Ze denken eerst zelf na, bespreken hun antwoord met hun buur, en noteren het dan op hun wisbordje. Zo krijgt de leraar snel zicht op de antwoorden van alle leerlingen. Daarna gaat hij nog even dieper in op belangrijke begrippen zoals geallieerden en asmogendheden. De leerlingen noteren hier en daar nog een kernwoord bij de informatie op hun wisbordjes en leggen het daarna zichtbaar naast zich neer. Wat ze op hun wisbordje noteerden zullen ze aan het einde van de les kunnen gebruiken om uit te leggen waarom de overwinning bij de Battle of Britain zo belangrijk was. Thomas weet namelijk dat nieuwe kennis snel ‘vervliegt’ en dat leerlingen die houvast dus nodig hebben.

Kennis stapsgewijs opbouwen en laten inoefenen

Doorheen de les bouwt Thomas met de leerlingen stapsgewijs de kennis op die ze nodig hebben om het belang van de Britse overwinning goed te begrijpen. Zo staan ze stil bij begrippen zoals luchtmacht (Royal Airforce en Luftwaffe), luchtaanval, gevechtsvliegtuigen en Blitzkrieg. Thomas biedt die woordenschat veelvuldig aan, de begrippen komen terug in een historisch krantenartikel dat hij voorleest en in de toespraak van Churchill die ze beluisteren. Daarna laat hij de woorden inoefenen: de leerlingen noteren ze in hun schrift, leggen ze uit aan hun buur en verwerken ze in hun antwoorden. Thomas gebruikt bewust primaire bronnen, want die zijn belangrijk voor het historisch redeneren en het goed kunnen onderscheiden van fake-nieuws en ware bronnen.

Tijdens de leeractiviteiten loopt Thomas rond in de klas om zicht te krijgen op het begrip van de leerlingen. Een aantal leerlingen in de klas hebben extra ondersteuning nodig: bij hen luistert of leest hij net iets vaker mee. Hij doet dit zó subtiel dat het amper opvalt. De ondersteuning is bovendien gericht op lezen en schrijven; hij verwacht van álle leerlingen in zijn klas dat het kennisdoel wordt beheerst.

De sfeer in de klas is opvallend rustig. De leerlingen weten wat Thomas van hen verwacht, en hij geeft het gewenste gedrag voortdurend aandacht. “Ik zie dat de eerste rij al helemaal klaar zit, dankjewel!” De leerlingen zijn ook duidelijk betrokken. Een aantal wil meer weten over de Mosquito vliegtuigen. Thomas gaat erop in, maar geeft snel aan dat er nog maar ruimte is voor 1 extra vraag. “James, als je nog meer wil weten, kunnen we na de les wel nog even doorpraten.” De tijd wordt efficiënt en doelgericht benut voor dat wat Thomas als lesdoel heeft bepaald. 

Kennis samenbrengen en toepassen

Aan het einde van de les verschijnt de “WALT” opnieuw aan bord. Waarom was de Britse overwinning bij de Battle of Britain nu zo belangrijk? De leerlingen wijzen al snel naar de woorden die ze in hun schrift noteerden en naar de kernwoorden op hun wisbordjes. Daarna schrijft Thomas de structuur van een modelantwoord op het bord. Wie wil, mag die structuur als basis voor het eigen antwoord gebruiken. Op die manier biedt hij ondersteuning bij de opdracht.

De leerlingen krijgen 15 minuten de tijd om hun antwoord helder en gestructureerd neer te schrijven. De meesten starten vlot. Wanneer een leerling aarzelt, wijst Thomas nog eens subtiel naar de structuur van het modelantwoord. Hij loopt voortdurend rond, leest mee, en stuurt bij. Na 15 minuten ronden de leerlingen de opdracht af. Thomas vraagt hun om hun eigen tekst nog één keer hardop, voor zichzelf, na te lezen, met een paarse pen in de hand en specifiek de spelling van de nieuwe woorden die ze leerden na te kijken. Daarna vraagt Thomas de leerlingen om hun vinger te plaatsen bij de zin of zinnen waar ze trots op zijn. Hij duidt willekeurig een paar leerlingen aan, laat hen   voorlezen en geeft klassikaal positieve feedback. “Wat ik erg goed vind aan jouw zin is …” of “Goed zo! Wat je nog had kunnen toevoegen is …”. Zo ervaart elke leerling succes en bouwt Thomas aan een warm leerklimaat. De les zit erop. De leerlingen vegen hun wisbordjes schoonen leggen hun schriften op de stapel. Als we het lokaal verlaten horen we James vragen: “Dus, die Mosquito vliegtuigen … als die echt zo goedkoop waren om te bouwen, waarom hebben ze er dan niet meer gemaakt?”

Meer weten over dit project?

Lees de blog die we schreven over het bezoek aan de Alan Turingschool in Amsterdam: https://thomasmore.be/nl/expertisecentrum-onderwijs-en-leren/blog/meeki…

Verwante blogs