Ga naar de hoofdinhoud

Kennisrijk curriculum in actie: Op bezoek bij basisschool St John Vianney

30/01/2025
Rinke Vanhoeck Begeleider professionele ontwikkeling en onderzoeker
Tine Hoof Begeleider professionele ontwikkeling en onderzoeker

“Let’s remember … What kind of place is an urban area?” De leraar laat een korte stilte vallen. Wanneer ze het startsignaal geeft, draaien haar leerlingen zich snel naar hun buur en leggen ze enthousiast uit dat het een gebied is met steden waar veel mensen wonen en het dus druk is. Een complexe vraag die de leerlingen moeiteloos en in volzinnen beantwoorden, ook al zijn ze nog maar 7 jaar oud. 

We zijn op bezoek bij de Londense school St John Vianney, een katholieke basisschool met 225 leerlingen die onlangs de hoogst mogelijke beoordeling kreeg van de Engelse onderwijsinspectie. Een kwart van de leerlingen heeft verhoogde zorgnoden en bijna 70% van de leerlingen heeft Engels niet als moedertaal. Aan het onthaal lezen we: “When you enter this loving school, consider yourself one of the special members of an extraordinary family.” En die warme sfeer is onmiddellijk voelbaar als we de eetzaal binnenwandelen waar een groep leerlingen en de muziekleraar driestemmig samen zingen terwijl de resten van het ontbijt dat de school elke ochtend aanbiedt, worden opgeruimd. 
Bij de start van het eerste lesuur sluiten we aan bij het tweede leerjaar. Na een uitbundige Good morning, visitors! richten de leerlingen hun aandacht weer op de leraar die de les start met een herhaling van enkele belangrijke begrippen en concepten uit de vorige les (technology, urban, citadel!). De leerlingen worden uitgedaagd om de woorden aan elkaar uit te leggen, daarna gebruiken ze de woorden in een zin en oefenen ze samen hardop de uitspraak opnieuw in. Die begrippen en concepten hebben ze namelijk nodig om de leerstof van deze les aan vast te haken. We zitten in een les geschiedenis over de Indusbeschaving. Geschiedenis (en ook aardrijkskunde) worden hier als apart vak ingericht, met een eigen curriculum, ook in het basisonderwijs. Een bewuste keuze van de school, waarvoor ze samenwerken met Open Worlds, een kennisrijk curriculum volledig uitgetekend door Christine Counsell en Steve Mastin binnen drie disciplines: geschiedenis, aardrijkskunde en godsdienst. “Daardoor krijgen leerlingen inzicht in hoe kennis binnen een bepaalde discipline is opgebouwd en dat die kennis voor aardrijkskunde bijvoorbeeld voortvloeit uit interactie (tussen mens en natuur)”, beargumenteert Christine Counsell achteraf. “Het is cruciaal dat leerlingen begrijpen hoe vakkennis gevormd wordt én dat die kennis kan worden uitgedaagd en kan veranderen. Leerlingen moeten weten waar die kennis vandaan komt.”

Het Open Worlds curriculum wordt in zo’n 300 scholen in Engeland gebruikt en bestaat per leerjaar uit verschillende thema’s voor elk van de drie disciplines. De rode draad doorheen het hele kennisrijke curriculum is de sterke en doordachte verticale sequentie. Elk thema bouwt zorgvuldig voort op het andere. De volgorde staat dus vast en is cruciaal, omdat de kennis die wordt opgebouwd voorkennis vormt voor de thema’s die later aan bod komen. “A curriculum is a set of promises for future teachers”, stelt Christine. De verticale samenhang tussen het curriculum zorgt ervoor dat eerder geziene kennis, doorheen lessenreeksen en zelfs over de disciplines heen, gespreid in de tijd opnieuw wordt aangesproken, ingezet, uitgedaagd, bijgestuurd en uitgediept. Zo leren de leerlingen in het derde leerjaar bij aardrijkskunde over woestijnen, een thema waarbij concepten zoals klimaat en weer, die in het tweede leerjaar reeds werden aangeleerd, verder worden uitgediept. En ook de kennis over rivieren en neerslag die ze enkele maanden daarvoor opbouwden wordt hier opnieuw aangesproken en uitgediept. Die hebben ze namelijk nodig om te kunnen begrijpen waarom de grootste woestijn ter wereld … Antarctica is!

Die doordachte verticale sequentie in het curriculum is enkel mogelijk wanneer grondig wordt doordacht welke woordenschat er nodig is om bepaalde kennis toegankelijk te maken. Elk thema reikt 15 tot 20 nieuwe woorden aan, die vetgedrukt aangegeven staan in de teksten. Die woorden worden verspreid over de lessen en op verschillende manieren ingeoefend en via het voor-koor-door prinicipe herhaald. “We mikken er eigenlijk op dat elk nieuw woord minstens 20 keer uitgesproken wordt door elke leerling,” vertelt Counsell ons. Bovendien moeten leerlingen ook steeds antwoorden in volzinnen. Zo wordt ook de geschiedenisles een erg talige les. Dat valt ook op in de les die we bijwonen in het vijfde leerjaar, waar leerlingen leren over de industrialisatie in Birmingham. De leerlingen luisteren naar de leraar die vol overgave een tekst voorleest.  Daarna worden ze uitgedaagd om na te denken over een object of beeld dat die industrialisatie symboliseert. Ze krijgen de opdracht om dat object te tekenen en daarna hun keuze schriftelijk in een korte alinea te verantwoorden. Daarvoor kunnen ze de zinsstructuur die aan bord staat (Ik koos ervoor om … te tekenen, omdat …) gebruiken. De leerlingen wisselen enthousiast goede argumenten uit over waarom een kanaal dan wel een vork of een geweer de betere keuze is. 

Het was fascinerend om te zien hoe deze jonge leerlingen moeiteloos omgingen met complexe kennis. Even indrukwekkend was het gesprek achteraf met Christine Counsell en Steve Mastin, waarin de diepgaande visie achter hun curriculum naar voren kwam. Niets is aan het toeval overgelaten: elk begrip, elk thema is zorgvuldig gekozen en past in een minutieus opgebouwde leerlijn. Het resultaat is geen curriculum dat simpelweg informatie stapelt, maar één dat echte kennis opbouwt en vastzet. Zo opent zich voor deze leerlingen een wereld die ver voorbij hun eigen leefwereld reikt.