Ga naar de hoofdinhoud

Vijf vaak gehoorde misvattingen over het kennisrijke curriculum

19/09/2025
Tim Surma Onderzoeksmanager
Paul A. Kirschner Gastprofessor
Michiel Wils Begeleider professionele ontwikkeling en onderzoeker
Jasper Nijlunsing Onderzoeker
Claudio Vanhees Onderzoeker
Daniel Muijs

Elke onderwijshervorming gaat gepaard met een flinke dosis debat.  Dat is terecht en het is vandaag niet anders, nu de nieuwe, kennisrijke minimumdoelen hun intrede doen in de klassen in Vlaanderen en elders.  Maar wie ingewijd is in het onderwerp en de discussies volgt, merkt dat er ook veel misverstanden de ronde doen.  En die vertroebelen soms de discussie.  Dit is begrijpelijk, want niet iedereen is al goed vertrouwd met wat er precies verandert en waar een kennisrijk curriculum eigenlijk voor staat.  Zo wordt er soms gesuggereerd dat we tegen een tijd van loutere driloefeningen aankijken, of dat er enkel nog plaats zou zijn voor taal en wiskunde.  

In werkelijkheid ligt de zaak anders.  Een kennisrijk curriculum is een doordachte manier om leerlingen systematisch toegang te geven tot de rijke kennisbasis die ze nodig hebben om de wereld te begrijpen en er actief in deel te nemen.  Daarbij moeten we meteen één belangrijke kanttekening maken: de kennisrijke minimumdoelen in het Vlaams onderwijs vormen een referentiekader, maar ze zijn niet hetzelfde als de leerplannen en schoolmaterialen waarmee je als leerkracht in de praktijk zal gaan werken.  

In wat volgt hebben wij het dus over hoe een kennisrijk curriculum er idealiter zou moeten uitzien in de klaspraktijk.  Over wat een kennisrijk curriculum wél is, is intussen heel wat toegankelijke informatie beschikbaar, in boeken, lezingen, studiedagen en zelfs reeds ontwikkelde kennisrijke curricula.  In deze blog willen we stilstaan bij de andere kant van het verhaal: vijf hardnekkige misvattingen die telkens opnieuw opduiken, soms in verschillende gedaanten.  

Misvatting 1:
"Een kennisrijk curriculum is toch gewoon een opsomming van losse feitjes."

Dat beeld duikt vaak op: leerlingen die rijtjes jaartallen of woordjes uit hun hoofd leren om daarna te kunnen opdreunen, zonder enig verband of betekenis.  Maar wie zo redeneert, mist de essentie van een kennisrijk curriculum.  Het gaat er immers niet om losse feitjes in te prenten, maar om kennis in een zorgvuldig opgebouwde structuur en samenhang aan te bieden.  

Een kennisrijk curriculum is doordrenkt van wat men coherentie noemt.  Dat betekent dat leerinhouden niet toevallig of willekeurig verschijnen, maar dat ze systematisch op elkaar voortbouwen.  Onderwerpen verschijnen dus in een logische sequentie, zowel binnen een leerjaar als over leerjaren heen (verticale coherentie).  Kinderen leren dus in één leerjaar eerst de basisbegrippen en -concepten die nodig zijn om complexere kennis te begrijpen in latere leerjaren.  Zo kan je pas het ontstaan van de Himalaya verklaren als je al weet wat een gebergte is en hoe platentektoniek werkt.  Hetzelfde geldt in taal: wie begrijpend wil lezen, moet beschikken over woordenschat en achtergrondkennis om een tekst écht te doorgronden.  Daarnaast is er ook samenhang nodig over de verschillende disciplines heen (horizontale coherentie).  Kinderen leren bijvoorbeeld over magnetisme in een les natuurkunde, en vliegen diezelfde concepten aan in een les aardrijkskunde wanneer het bijvoorbeeld over de polen gaat.  

Die coherentie is cruciaal omdat ons geheugen werkt als een netwerk of hiërarchie: nieuwe informatie hecht zich alleen goed vast als ze kan aansluiten bij wat al aanwezig is.  Zonder die verbanden vervliegen feiten snel en blijven ze dode kennis.  Een kennisrijk curriculum voorkomt dus net dat kennis losse feitjes blijven.  

Misvatting 2:
"Een kennisrijk curriculum betekent dat er alleen nog aandacht is voor taal en wiskunde."

Het klopt dat onderwijsministers de voorbije jaren vaak spraken over een ‘back-to-basics’-verhaal, met nadruk op taal en wiskunde/rekenen.  En we kunnen hen hier ook deels in volgen: in de eerste leerjaren is het van levensbelang dat kinderen stevige fundamenten leggen in lezen en rekenen.  Wie niet kan decoderen of de basis van getallen mist, loopt al snel vast in alle andere vakken.  

Maar een kennisrijk curriculum is véél meer dan dat.  Het gaat om het systematisch uitbreiden van de wereldkennis van kinderen.  Wanneer leerlingen beschikken over voldoende technische leesvaardigheid, kunnen ze die vaardigheden inzetten om ook kennis in andere domeinen te verwerven.  Het leren van taal verandert in het inzetten van taal om te leren.  Zonder kennis van waarover je leest kan je niet begrijpen wat je leest.  Anders gezegd: lezen en rekenen zijn de sleutels, maar de deuren waar die sleutels toegang toe geven, leiden naar geschiedenis, aardrijkskunde, natuurwetenschappen, techniek, kunst en cultuur.  

Meer nog: zelfs vóór kinderen kunnen lezen, dus in de kleuterklas, is het essentieel om hen onder te dompelen in rijke en gevarieerde wereldse kennis.  Kleuters kunnen misschien nog geen letters decoderen, maar ze kunnen wel luisteren naar verhalen over dinosaurussen, de seizoenen, de Nijl, of hoe mensen vroeger leefden.  Ze leren liedjes, bouwen woordenschat op, maken kennis met begrippen als “verleden” en “toekomst”, en verwerven zo een reservoir aan achtergrondkennis waarop later kan worden voortgebouwd.  Kleuters die al weten dat een schorpioen een giftige angel heeft, begrijpen beter waarom de kikker weigerachtig is om de schorpioen mee te nemen op zijn rug in het bekende verhaal.  Of neem het thema ‘de ruimte’: een kind dat al gehoord heeft dat de aarde rond de zon draait, zal in het vijfde leerjaar veel vlotter begrijpen hoe seizoenen ontstaan.  

Misvatting 3:
"Een kennisrijk curriculum laat geen ruimte voor (complexe) vaardigheden of creativiteit."

Een kennisrijk curriculum betekent niet dat vaardigheden worden weggedrukt, maar wel dat ze doordacht en systematisch worden opgebouwd.  

Neem bijvoorbeeld de afbeelding hierboven, die laat zien hoe in het Primary Knowledge Curriculum in Engeland naaivaardigheden worden opgebouwd: kleuters maken sokpoppen door eerst enkel te knutselen met lijm; in de jaren erna leren leerlingen een naald inrijgen, steken uitvoeren en stap voor stap complexere technieken zoals appliqué of borduurwerk.  Tegen het zesde leerjaar zijn ze in staat om eigen modeontwerpen te maken met meerdere technieken gecombineerd.  Dit is dus geen toevallig knutselen, maar een doordachte leerlijn van toenemende beheersing van de vaardigheden.  

Hetzelfde principe geldt voor cognitieve vaardigheden.  Creativiteit, probleemoplossend denken of kritisch redeneren zijn geen generieke talenten, laat staan vaardigheden, die je “los” kan trainen.  Onderzoek toont dat zulke vaardigheden altijd inhoudelijk ingebed zijn: je wordt creatiever in muziek door muzikale kennis en vaardigheden op te bouwen, je kan beter problemen oplossen in fysica als je de fysische concepten begrijpt.  

In een kennisrijk curriculum gaan kennis en vaardigheden daarom hand in hand.  Zo’n curriculum is gulzig: het wil én de kennis én de vaardigheden.  Het is net door een stevig netwerk van kennis op te bouwen dat leerlingen vaardiger kunnen worden.  Een leerling die veel weet over een onderwerp kan er beter over schrijven; een leerling met brede natuurwetenschappelijke kennis kan creatiever experimenteren in het laboratorium.  Anders gezegd: kennis maakt vaardigheden betekenisvol.  

Misvatting 4:
"Een kennisrijk curriculum is een keurslijf: leraren verliezen hun vrijheid."

Een andere veelgehoorde zorg is dat een kennisrijk curriculum leraren reduceert tot uitvoerders van een strak script, zonder ruimte voor eigen inbreng.  Maar ook hier klopt het beeld niet.  Een kennisrijk curriculum schrijft in bepaalde mate voor wat er geleerd zou moeten worden maar niet hoe de stof didactisch behandeld moet worden.  Om Christine Counsell en Steve Mastin, oprichters van het kennisrijke Opening Worlds curriculum, te citeren: “Een kennisrijk curriculum is een verzameling beloften aan toekomstige leerkrachten van de leerling”.   

Autonomie en eigenaarschap in onderwijs bestaat namelijk uit meer dan het zelf kunnen bedenken van de volledige inhoud van je hele jaarplan: het gaat over de vrijheid om binnen duidelijke kaders eigen accenten te leggen en je professionaliteit te laten spreken.  

Vandaag is het bijvoorbeeld zo dat veel leraren sterk leunen op school- en bordboeken.  In de praktijk ervaren zij dus vaak helemaal geen grote autonomie, ook al lijken de huidige leerplannen en eindtermen op papier die vrijheid te laten.  Onderzoek bevestigt dat punt: autonomie bieden is niet automatisch gelijk aan autonomie nemen.  Met andere woorden, zelfs in een context waar de formele ruimte groot is, ervaren we die als leerkracht vaak niet als zodanig.  Nog maar gezwegen over de enorme werklast die ermee gepaard zou gaan als al het materiaal ook nog eens door de leraar zelf ontwikkeld zou moeten worden.  Een kennisrijk curriculum zorgt voor een doordachte opbouw van leerinhouden, zodat elke leerling toegang krijgt tot dezelfde brede kennisbasis.  Binnen die kaders is er nog steeds ruimte voor leerkrachten om hun eigen accenten in te brengen: inspelen op de eigen context, een actuele gebeurtenis, een persoonlijk favoriete tekst, een inspirerend kunstwerk, een werkvorm of aanpak.  Sterker nog: onderzoek wijst uit dat de sterkste leerkrachten altijd hun eigen draai geven aan het curriculum.   En dat is precies wat hen goede leraren maakt.

Bovendien biedt een kennisrijk curriculum net een voordeel dat vaak wordt onderschat: de duidelijkheid van de doelen.  Omdat de beoogde kennis en inhouden veel specifieker geformuleerd zijn, wordt het voor leerkrachten makkelijker om te interpreteren wat precies bereikt moet worden en of het bereikt wordt.  Dat maakt het eenvoudiger om zelf een cursus, een presentatie of een les uit te werken.  De duidelijkheid van de inhoudelijke bakens versterkt dus net de professionele ruimte: je weet heel helder welke kennis en vaardigheden je moet aanbrengen, welke je er dus nog aan kunt toevoegen, en binnen dat kader kan je creatief en met eigen expertise aan de slag.  Specificiteit maakt dus ook helder welke eigen keuzes verder gemaakt kunnen worden.  Doordat leerlingen bijvoorbeeld leren over de eerste man op de maan (Neil Armstrong), krijgen leerlingen toegang tot het concept ‘ruimtevaart’, en dit zal leerplanmakers en leraren stimuleren om dit bijvoorbeeld uit te breiden met lokale helden zoals Dirk Frimout in België of Wubbo Ockels in Nederland.  De eigen gekozen inhouden gaan sneller beklijven (Frimout of Ockels zullen beter beklijven dankzij Armstrong of omgekeerd).  Specificiteit levert dus de kapstokken voor verdere autonomie: het is tenminste duidelijk in welk speelveld eigen keuzes gemaakt kunnen worden.

Ten slotte is het goed te beseffen dat het ontwikkelen van een curriculum geen taak is die je als individuele leraar of zelfs als volledig schoolteam “er zomaar even bij” kan nemen.  Het vraagt tijd, expertise en technische kennis die niet realistisch is om overal te verwachten.  Leerplannen en leermaterialen moeten dus voldoende richting en samenhang bieden om gelijke kansen te garanderen, maar tegelijk ook ruimte laten voor professionele invulling door de leraar.  

Misvatting 5:
"Een kennisrijk curriculum is te ambitieus voor sommige leerlingen. Zij kunnen dat niet."

Achter deze uitspraak gaat vaak een begrijpelijke bezorgdheid schuil: wat als de lat te hoog ligt en leerlingen ontmoedigd raken?  Wat als je denkt dat de leerlingen op onze school dat nooit gaan kunnen?  In de praktijk leidt zo’n redenering vaak tot lage verwachtingen – en precies dat is funest voor gelijke kansen.  

Onderzoek laat zien dat een kennisrijk curriculum juist de meest kansrijke weg vormt voor álle leerlingen, en zeker voor wie thuis minder bagage meekrijgt.  Elk kind heeft recht op een brede en rijke kennisbasis, niet enkel de kinderen die thuis het geluk hebben om een omgeving te hebben waar ze als het ware continu privé bijles krijgen aan de keukentafel, op gezinsuitjes naar dierentuinen, musea, enzovoorts en het dagelijks voorlezen.  Cruciaal daarbij is wel tijdigheid.  Hoe vroeger kinderen worden ondergedompeld in rijke kennis – in kleuteronderwijs, in de eerste leerjaren – hoe sterker het effect.  

De grote Core Knowledge-studies van Grissmer en collega’s in de Verenigde Staten tonen dit overtuigend aan.  Ze volgden kleuters op die door een loterij wél konden instromen in een school met een kennisrijk curriculum, anderen niet.  Het resultaat?  Wie van jongs af aan systematisch kennis opbouwde, presteerde beduidend beter in lezen, wiskunde en wetenschap.  De winst bedroeg gemiddeld zestien percentielpunten – een verschil dat vergelijkbaar is met het gat tussen gemiddelde Amerikaanse prestaties en die van topregio’s als Singapore.  Nog belangrijker: de effecten waren het grootst voor kinderen uit minder kansrijke milieus.  Op scholen waar de meerderheid van de leerlingen uit lage-inkomensgezinnen kwam, verdwenen de achterstanden in enkele jaren bijna volledig (al moeten we niet veronderstellen dat het curriculum alle problematieken oplost, dat spreekt voor zich).  Het betekent dat een kennisrijk curriculum juist een sterke hefboom kan zijn voor wie dat het hardst nodig heeft. Kennis aanbieden is dus ook een kwestie van sociale rechtvaardigheid.  

Meer weten over een kennisrijk curriculum? Klik hier!

Verwante blogs