Aangenaam! Ik ben Steven Joris, onderzoeker in het domein van de geestelijke gezondheidszorg met een achtergrond in de klinische psychologie. Binnen Thomas More werk ik als praktijkgericht onderzoeker bij de onderzoeksgroep Mens en Welzijn, en daarnaast ben ik actief binnen een professionele beroepsvereniging voor klinisch psychologen. Mijn werk draait rond thema’s als diagnostiek, zorgorganisatie en -beleid, en hoe we wetenschappelijke inzichten kunnen vertalen naar duurzame verandering in het werkveld.
Mijn eerste stappen in de onderzoekswereld zette ik eind 2017, toen ik deeltijds startte binnen het COVAT-project. Doel was een cognitieve vaardigheidstest te ontwikkelen, gebaseerd op nieuwe theoretische inzichten en afgestemd op de Vlaamse populatie. Thomas More was toen mijn allereerste werkgever — ik solliciteerde enkele maanden na mijn afstuderen.
Momenteel werk ik met een aantal collega’s aan een mappingstudie rond diagnostiek. We brengen in kaart welke diagnostisch aanbod beschikbaar is voor volwassenen met psychische zorgnoden in Vlaanderen en Brussel. We willen daar een duidelijk zicht op krijgen. Hopelijk kunnen we met de onderzoeksresultaten bijdragen aan een aansluitend beleidstraject van de overheid om de diagnostische praktijk te verbeteren.
Hoewel mijn manier van werken eerder rustig, bedachtzaam en gericht op de lange termijn is, zie ik dat ik daarmee toch verandering kan realiseren. Dat geeft me energie en het maakt me trots.
Mijn interesse voor diagnostiek, en eigenlijk voor geestelijke gezondheidszorg in het algemeen, komt vermoedelijk voort uit een persoonlijk verlangen naar helderheid en structuur, gecombineerd met een betrokkenheid op de menselijke ervaring. Of misschien is het iets dat moeilijker te benoemen valt. Wat vaststaat: ik ben ontzettend dankbaar dat ik met deze thema’s aan de slag mag gaan in mijn werk.
Wat mij drijft? Structuur brengen in complexiteit, en iets waardevols opbouwen. Ik hou ervan om te bouwen aan iets wat blijft. Binnen de geestelijke gezondheidszorg heb je de combinatie van inhoudelijke diepgang en maatschappelijke relevantie – dat maakt het extra interessant. Ik haal ook veel voldoening uit het stille werk: schrijven, structureren, strategie bepalen, afwegen. En hoewel mijn manier van werken eerder rustig, bedachtzaam en gericht op de lange termijn is, zie ik dat ik daarmee toch verandering kan realiseren. Dat geeft me energie en het maakt me trots.
Ik geloof sterk dat betere structuren in de hulpverlening leiden tot een beter leven voor mensen. Niet altijd spectaculair, maar wel betekenisvol. Als een goed diagnostisch instrument ervoor zorgt dat de zorg beter aansluit bij wie iemand is, dan is mijn doel bereikt. Dat geldt trouwens ook voor bredere, abstracte beleidsaanbevelingen die hun weg vinden naar het werkveld.
En als tijd en middelen geen beperking waren? Dan zou ik een grootschalig, interdisciplinair project opstarten rond de herstructurering van diagnostiek in de geestelijke gezondheidszorg. Hoe bouwen we een model dat tegelijk wetenschappelijk stevig, ethisch doordacht én praktisch bruikbaar is? Ik zou ook willen bekijken hoe we als samenleving meer kunnen investeren in kwaliteitsvol testmateriaal aangepast aan de Vlaamse context.
In mijn vrije tijd trek ik het liefst de natuur in — bij voorkeur de Oostenrijkse bergen. Of ik kan uren verdwalen in online artikels of video’s over geschiedenis, wetenschap of politiek. En natuurlijk zijn vrienden en familie een belangrijk ankerpunt. Zelfs buiten het werk blijf ik structuren, dromen en bouwen. Alleen dan zonder deadlines.
Ik kan uren verdwalen in online artikels over geschiedenis, wetenschap of de grote vragen van het bestaan.