Belgische minimuminkomens te laag om menswaardig te leven

09 december 2019

CEBUD | 10 december | Human Rights Day

71 jaar na de ondertekening van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens nog steeds geen garantie op menswaardig leven

Artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties | 10 december 1948) benoemt expliciet het recht op een adequate levensstandaard voor iedereen. In 1994 werden de sociale en economische rechten opgenomen in de Belgische Grondwet. Sindsdien hebben onze politici – op elk beleidsniveau - duidelijke verplichtingen om stapsgewijs de voorwaarden te scheppen om elke burger het recht op een behoorlijke levensstandaard te garanderen.

CEBUD, het Centrum voor budgetadvies en -onderzoek van de Thomas More-hogeschool, en CSB, het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen, stellen bij de 71e verjaardag van de UVRM vast dat de minimuminkomens van ons land er niet in slagen die adequate levensstandaard te waarborgen. Er blijft een belangrijk spanningsveld tussen de minimuminkomens en wat gezinnen in België nodig hebben om een menswaardig bestaan te leiden.

Referentiebudgetten voor maatschappelijke participatie

Al in 2008 ontwikkelde CEBUD referentiebudgetten die invulling geven aan het concept adequate levensstandaard. Deze referentiebudgetten weerspiegelen het minimale budget dat gezinnen nodig hebben om een menswaardig leven te leiden. CEBUD spreekt van een menswaardig leven wanneer individuen kunnen deelnemen aan de samenleving en aan die samenleving een bijdrage kunnen leveren.

Volwaardige maatschappelijke participatie is maar mogelijk als je mentaal en fysiek gezond bent en bekwaam om verantwoordelijkheid op te nemen en keuzes te maken. Daarvoor heb je gezonde voeding, adequate huisvesting, toegankelijke gezondheidszorg en persoonlijke verzorging nodig, evenals geschikte kleding, rust en ontspanning, een veilige kindertijd, veiligheid, betekenisvolle sociale relaties en mobiliteit.

De referentiebudgetten lijsten de producten en diensten op, die daarvoor minimaal nodig zijn. Ze geven een goede schatting van het minimale budget dat huishoudens nodig hebben om deel te nemen en bij te dragen aan de maatschappij.

Over de ondoeltreffendheid van de Belgische minimuminkomens

De vergelijking van de hoogte van de referentiebudgetten voor enkele typegezinnen met de hoogte van de besteedbare minimuminkomens [zie afbeelding onderaan] toont aan dat het minimumloon, de werkloosheidsuitkering, het leefloon en de inkomensgarantie voor ouderen zelden volstaan om een menswaardig leven te leiden. Slechts in vier situaties is het reële inkomen hoger dan het budget dat nodig is om een menswaardig leven te leiden. Dat geldt met name voor het minimumloon voor een alleenstaande (zowel in private als sociale woning), de minimumwerkloosheidsuitkering voor een alleenstaande die een sociale woning huurt, en het minimumloon voor een alleenstaande ouder met twee kinderen die een sociale woning huurt. In alle andere situaties ligt het reële inkomen lager dan het benodigde budget om een menswaardig leven te leiden.

Drie belangrijke vaststellingen:

  • Er is een diepe kloof tussen huishoudens in private huisvesting en deze in sociale huisvesting. Wie een sociale woning kan huren, voelt een kleiner verschil tussen het nettogezinsinkomen en het referentiebudget dan wie een private woning huurt. De hoge woonkosten duwen heel wat gezinnen in armoede.
  • Gezinnen met kinderen in het middelbaar onderwijs staan sterker onder druk dan andere gezinstypes. De kinderbijslag en leeftijdstoeslag volstaan niet om de sterk stijgende kosten voor opgroeiende kinderen te dekken.
  • Koppels ervaren meestal een groter tekort ten aanzien van het menswaardige referentiebudget dan alleenstaanden. De minimuminkomens houden namelijk onvoldoende rekening met de aanwezigheid van een tweede volwassene in het gezin.

Meer info

Universele verklaring van de Rechten van de Mens | Artikel 25

Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.

Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Bron: Amnesty International

Afbeelding | Vergelijking van het referentiebudget voor maatschappelijke participatie voor vier typegezinnen met vier Belgische minimuminkomens (minimumloon, minimumwerkloosheidsuitkering, leefloon en inkomensgarantie voor ouderen)

(cijfers van 2018)