Van lezen worden ze sterker
Een sterk leesbeleid opstellen, hoe pak je dat aan? Hoe doe je aan taalstimulering, vroeggeletterdheid en hoe ontwikkel je ...
Een vlotte leesontwikkeling begint lang voordat kinderen leren lezen. Met Fit voor Lezen ontdek je hoe je kleuters kunt voorbereiden op lezen en hoe je signalen van een mogelijk leesrisico tijdig herkent.
Op deze website vind je wetenschappelijk onderbouwde informatie, praktische tips, inspirerende materialen en concrete aanbevelingen waarmee je meteen aan de slag kunt in de klas, de praktijk of thuis. Zo help je alle kleuters groeien in hun interesse voor taal, klanken, letters en verhalen, en geef je kinderen die extra ondersteuning nodig hebben de beste kansen.
Klaar voor het eerste leerjaar? Ontdek LeesSTART met focus op het aanvankelijk leesonderwijs.
Elke kleuter ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Toch zijn er bepaalde signalen die kunnen aangeven dat een kind extra ondersteuning kan gebruiken in de voorbereiding op lezen. Daarom bundelden we hieronder 10 sleutels tot een vlotte leesstart. Bij elke sleutel vind je praktische achtergrondinformatie, concrete tips en bruikbare materialen om meteen aan de slag te gaan.
Gebruik de checklist om na te gaan welke sleutels bij een kleuter extra aandacht verdienen.
De sleutels helpen om mogelijke aandachtspunten vroegtijdig in beeld te brengen. Ze voorspellen niet met zekerheid hoe de leesontwikkeling zal verlopen. Wel kunnen ze richting geven aan gerichte ondersteuning, zodat elke kleuter zo sterk mogelijk aan het leesonderwijs begint.
Taalspelletjes zoals rijmen helpen bij de voorbereiding op lezen
🗎 Uit literatuur blijkt
De vaardigheden rijmen en woorden verdelen in klankgroepen worden traditioneel gezien als een goede voorbereiding op lezen. Ze behoren tot het fonologisch bewustzijn. Het fonologisch bewustzijn is niet hetzelfde als het fonemisch bewustzijn (zie sleutel nr. 4). Het fonemisch bewustzijn is het besef dat woorden opgebouwd zijn uit losse klanken en de vaardigheid om die klanken te herkennen en te manipuleren (bijvoorbeeld klanken van plaats wisselen). Het is een onderdeel van het fonologisch bewustzijn dat ook het nadenken over ruimere taaleenheden omvat zoals klankgroepen en woorden. Het fonologisch bewustzijn is zelf een onderdeel van het taalbewustzijn waarbij wordt stilgestaan bij nog grotere gehelen, zoals bijvoorbeeld woorden in een zin, of waarbij er in het algemeen meer abstract wordt nagedacht over taal (bijvoorbeeld over woorden met meerdere betekenissen, nieuwe woorden bedenken enz.).
Onderzoekers specificeren in de literatuur niet altijd welke niveaus ze onder het fonologisch bewustzijn verstaan. Toch worden rijmen en het manipuleren van klankgroepen in de literatuur vaak expliciet aangehaald als belangrijke voorbereidende vaardigheden[o.a. 1; 3; 4].
Kleuters met een normale taalontwikkeling spelen bovendien spontaan met taal[2]. Ze nemen als het ware meer afstand van het louter gebruiken van taal en gaan meer nadenken over de vorm van taal. Wanneer een kind niet op die manier over taal kan nadenken en niet met taal speelt, vraagt dit dus de nodige aandacht. Het fonemisch bewustzijn heeft een meer rechtstreeks verband met lezen, maar zal niet evident zijn zonder een ruimer taalbewustzijn. Opdrachten zoals rijmen, woorden verdelen in klankgroepen en andere taalspelletjes zijn een goede manier om kinderen speels te prikkelen met taal. Bovendien is het een goede voorbereiding op het fonemisch bewustzijn.
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Lonigan, C. J., & Shanahan, T. (2012). Executive Summary of the report of the national early literacy panel. A scientific synthesis of early literacy development and implications for intervention. National Institute for Literacy & National Center for Family Literacy.
[2] Schaerlaekens, A. M., & Gilis, S. (1987). De taalverwerving van het kind. Groningen: Wolters-Noordhoff.
[3] Staels, E., & Van den Broeck, W. (2017). Preventie van leesproblemen. Kenmerken van goed leesonderwijs en een goede voorbereiding bij kleuters. Caleidoscoop, 29 (4), 15-21.
[4] Van Druenen, M., Gijsel, M., Scheltinga, F., & Verhoeven, L. (2012). Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs. Handreiking voor aankomende leerkrachten. ’s-Hertogenbosch: Masterplan Dyslexie. Beschikbaar op http://masterplandyslexie.nl/public/files/documenten/Leesproblemen_en_dyslexie_in_het_basisonderwijs.pdf
[5] Wagensveld, B., Segers, P. C. J., Van Alphen, P. M., & Verhoeven, L. T. W. (2013). The role of lexical representations and phonological overlap in rhyme judgments of beginning, intermediate and advanced readers. Learning and Individual Differences, 23, 64-71.
Een kleuter die weinig taalvaardig is, heeft meer risico op leesproblemen.
🗎 Uit literatuur blijkt
Mondelinge taalvaardigheid is een belangrijke basis voor de latere leesontwikkeling[5;7;10;14]. In de literatuur over leren lezen wordt veel belang gehecht aan woordenschat[1;14;16;17], evenals aan het begrijpen en vertellen van verhalen[14].
Spraak en taal ontwikkelen al vanaf babyleeftijd. Een rijke, interactieve taalomgeving is daarbij belangrijk. Bij sommige kinderen verloopt de spraak- en taalontwikkeling trager. Er kan zelfs sprake zijn van een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Bij een taalontwikkelingsstoornis zijn de problemen met spreken en/of taal opvallend en hardnekkig.
In de context van taalproblemen zijn meertalige kinderen een bijzondere doelgroep. Bij meertalige kinderen is het immers belangrijk om uit te maken of taalproblemen in het Nederlands toe te schrijven zijn aan een onvoldoende aanbod van het Nederlands of aan een taalontwikkelingsstoornis[2;6;8;9;12]. Meertalige opvoeding is op zich geen risicosignaal. Als een kleuter zowel in de moedertaal als in het Nederlands een goed taalaanbod krijgt, is het risico op taal- en leesproblemen hetzelfde als bij eentalige kleuters. Meertalige beginnende lezers worden wel extra uitgedaagd als ze nog weinig ervaring hebben met het Nederlands en bijvoorbeeld niet vertrouwd zijn met bepaalde klanken van het Nederlands[13].
Een rijk taalaanbod en voldoende spreekkansen zijn voor elk kind belangrijk. Een kleuter die weinig taalvaardig is in het Nederlands heeft een verhoogd risico op leesproblemen in het eerste leerjaar. Gelukkig kunnen ouders rond taalstimulering gecoacht worden en op school kan extra aandacht gaan naar taalvaardigheid.
🤝Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Aarnoutse, C., & Bouwman, A. (2014). Monitoren van een goede leesstart. Het jonge kind, mei.
[2] Bedore, L. M., & Peña, E. D. (2008). Assessment of bilingual children for identification of language impairment: Current findings and implications for practice. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism, 11(1), 1-29. DOI: 10.2167/beb392.0
[3] Bouwman, A., & Van de Mortel, K. (2017). Werkmap Begrijpend luisteren en woordenschat. Amersfoort: CPS.
[4] Cummins, J. (2001). Language, power and pedagogy: Bilingual children in the crossfire. Clevedon, UK: Multilingual Matters.
[5] Cunningham, A. E., Zibulsky, J., & Callahan, M. D. (2009). Starting small: Building preschool teacher knowledge that supports early literacy development. Read Writ, 22, 487-510. doi 10.1007/s11145-009-9164-z
[6] Julien, M. (2012). Meertalige kinderen met een logopedisch probleem: Hoe ga je met ze om? Signaal, 21(2), 12-25.
[7] Lonigan, C. J. & Shanahan, T. (2012). Executive Summary of the report of the national early literacy panel. A scientific synthesis of early literacy development and implications for intervention. National Institute for Literacy & National Center for Family Literacy.
[8] Mostaert, C., Leysen, H., Buelens, D., & Segers, W. (2016). Taaldiagnostiek bij meertalige kinderen: Samenwerking tussen logopedist en taalanalist. Signaal 95(2), 22-36.
[9] Paradis, J., Genesee, F., & Crago, M. B. (2011). Dual language development and disorders. A handbook on bilingualism and second language learning. Baltimore: Paul H. Brookes.
[10] Partanen, M. & Siegel, L. S. (2013). Long-term outcome of the early identification and intervention of reading disabilities. Read Writ, 27, 665-684. doi 10.1007/s11145-013-9472-1
[11] Pepper, J., & Weitzman, E. (2009). Praten doe je met z’n tweeën: een praktische handleiding voor ouders van kinderen met een vertraagde taalverwerving. Amsterdam: SWP.
[12] Qin Teoh, W., Brebner, C., & McAllister, S. (2018). Bilingual assessment practices: Challenges faced by speech-language pathologists working with a predominantly bilingual population. Speech, Language and Hearing, 21(1), 10-21, DOI: 10.1080/2050571X.2017.1309788
[13] Schraeyen, K. (2019). Dyslexie en meertaligheid. Een leerstoornis onderkennen bij meertaligen. Les, 209, maart, 40-43.
[14] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[15] Verhoeven, L. T. (1994). Transfer in bilingual development: The linguistic interdependence hypothesis revisited. Language Learning, 44(3), 381–415.
[16] Vernooy, K. (2013). Het verbeteren van de leesvaardigheid nader bekeken. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 52(5), 210-223.
[17] Wilson, S. B. & Lonigan, C. J. (2010). Identifying preschool children at-risk of later reading difficulties: Evaluation of two emergent literacy screening tools. Journal of Learning Disabilities , 43 (1) https://dx.doi.org/10.1177%2F0022219409345007
Letterkennis is een sterke voorspeller voor leessucces.
🗎 Uit literatuur blijkt
Hoe meer letters een kleuter voor de start van het eerste leerjaar kent, hoe lichter de leesstart wordt. Het leren van letters gaat echter niet vanzelf. Het is belangrijk dat letters in de omgeving van het kind aanwezig zijn. Bovendien krijgt een kleuter klanken en letters best expliciet aangeboden met instructie en speelse oefeningen[3;14]. Zeker voor kinderen die meer tijd nodig hebben, kan dit motiverend werken. In de kleuterklas zijn er veel kansen en materialen om betekenisvol, prikkelend en speels om te gaan met letters[2].
Als een kind deze letters dan toch niet vlot oppikt of er geen interesse voor heeft, is dat een signaal dat aandacht vraagt[7;11]. Letterkennis is namelijk een sterke voorspeller voor leessucces[1;4-8;10]. Kinderen die de koppeling tussen klank en letter minder gemakkelijk maken, ervaren later vaak leesproblemen[8]. Ook bij een kleuter kunnen we al merken hoe vlot hij of zij letters oppikt en ze kan verklanken. Het aantal letters of welke letters is daarbij minder van belang[13].
Een kleuter die letters niet zo vlot oppikt, bereiden we best nog in de kleuterklas extra voor[9;11-13]. Die extra aandacht werkt vooral goed in combinatie met aandacht voor het fonemisch bewustzijn (zie sleutel nr. 4), namelijk het bewustzijn dat woorden uit losse klanken bestaan[1;5;7;12;14].
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Bigozzi, L., Tarchi, C., Caudek, C., & Pinto, G. (2016). Predicting reading and spelling disorders: A 4-year prospective cohort study. Frontiers in psychology, 7, 337.
[2] Geudens, A., Stolwijk, D., Van Kerckhove, E., & Noé, M. (2017). Verken klanken en letters alzijdig. De wereld van Het Jonge Kind, 45 (3), 28-31.
[3] Geudens, A., Van Kerckhove, E., & Noé, M. (2018). Klanktekenkoppelingen verkennen. Doelbewust én kleutervriendelijk. Tijdschrift Taal, 9(13), 28-30.
[4] Gipe, K. S. (2009). Use of kindergarten screening assessments for the identification of at-risk readers (doctoraatsproefschrift). Philadelphia College of Osteopathic Medicine.
[5] Lonigan, C. J., & Shanahan, T. (2012). Executive Summary of the report of the national early literacy panel. A scientific synthesis of early literacy development and implications for intervention. National Institute for Literacy & National Center for Family Literacy.
[6] Partanen, M., & Siegel, L.S. (2013). Long-term outcome of the early identification and intervention of reading disabilities. Read Writ, 27, 665-684. doi 10.1007/s11145-013-9472-1
[7] Regtvoort, A. G. F. M. (2014). Early identification and intervention in children at risk for reading difficulties (doctoraatseindwerk). Universiteit van Amsterdam.
[8] SDN, De Jong, P. F., De Bree, E. H., Henneman, K., Kleijnen, R., Loykens, E. H. M., Rolak, M., Struiksma, A. J. C., Verhoeven, L. & Wijnen, F. N. K. (2016). Dyslexie: Diagnostiek en behandeling. Brochure van de Stichting Dyslexie Nederland.
[9] Smits. A., & Braams, T. (2006). Dyslectische kinderen leren lezen. Individuele, groepsgewijze en klassikale werkvormen voor de behandeling van dyslexie. Amsterdam: Boom.
[10] Snel, M. (2014). Development of beginning reading. A study in word recognition during the first primary school year (doctoraatsproefschrift). Vrije Universiteit Amsterdam.
[11] Staels, E., & Van den Broeck, W. (2017). Preventie van leesproblemen. Kenmerken van goed leesonderwijs en een goede voorbereiding bij kleuters. Caleidoscoop, 29 (4), 15-21.
[12] Van der Leij, A. (2013). Dyslexie and early intervention: What did we learn from the Dutch Dyslexia Progamme. Dyslexia, 19, 241-255. doi: 10.1002/dys.1466
[13] Van Druenen, M., Gijsel, M., Scheltinga, F., & Verhoeven, L. (2012). Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs. Handreiking voor aankomende leerkrachten. ’s-Hertogenbosch: Masterplan Dyslexie. Beschikbaar op http://masterplandyslexie.nl/public/files/documenten/Leesproblemen_en_d…
[14] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[15] Van Loosbroek, I., Geudens, A., Noé, M., & Van Kerckhove, E. (2016). Articuleren en voelen van de klanken. Tilburg: Uitgeverij Zwijsen.
Het horen en herkennen van klanken is essentieel om te leren lezen.
🗎 Uit literatuur blijkt
Het fonemisch bewustzijn is het bewustzijn dat woorden uit afzonderlijke klanken bestaan, bijvoorbeeld dat het woord ‘vis’ bestaat uit de klanken ‘v’, ‘i’ en ‘s’. Het is een onderdeel van het ruimere fonologisch bewustzijn dat ook het omgaan met grotere taaleenheden omvat, zoals het opdelen van woorden in klankgroepen (bijvoorbeeld ‘vi-ssen’) of het opdelen van zinnen in woorden (zie sleutel nr. 1).
Het fonemisch bewustzijn beperkt zich tot de kleinste eenheid van onze taal: het foneem of de klank. Een kind met goed ontwikkelde fonemische vaardigheden kan losse klanken in een woord horen (bv. ‘wat hoor je in ‘vis’?’), klanken herkennen (bv. ‘hoor je ‘v’ in ‘vis’? of als afleider: ‘hoor je ‘v’ in ‘wit’?’), de positie van klanken in een woord aangeven (bv. waar hoor je ‘v’ in ‘vis’?) en klanken manipuleren (zoals klanken vervangen bv. ‘vis-vos’ of weglaten bv. ‘staart-taart’).
Het horen en herkennen van klanken is essentieel om tot lezen te komen. Een kleuter die bovendien weet welke letters bij die klanken horen, is goed op weg naar lezen[11]. Kleuters met minder goed ontwikkelde fonemische vaardigheden lopen het risico om later leesproblemen te ondervinden[1;4-10;14]. Gelukkig kunnen deze vaardigheden extra getraind worden[7;8]. Wanneer het fonemisch bewustzijn ondanks effectieve en intensieve training zwak blijft, kan dat een voorteken zijn van dyslexie[5].
Het fonemisch bewustzijn ontwikkelt zich sterk op kleuterleeftijd. Kinderen zijn er op dat moment namelijk gevoelig voor. Bovendien kan dit bewustzijn in de kleuterschool op een speelse en systematische manier worden gestimuleerd[1-3;11]. Een training van het fonemisch bewustzijn is het meest effectief wanneer meteen de koppeling tussen klanken en letters gemaakt wordt[2;3;9;11]. Als je een kind daarnaast ook laat experimenteren met een eerste vorm van ‘schrijven’ (zie sleutel nr. 9) , versterk je het geheel nog extra[2;5;6].
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Aarnoutse, C., & Bouwman, A. (2014). Monitoren van een goede leesstart. Het jonge kind, mei.
[2] Geudens, A., Stolwijk, D., Van Kerckhove, E., & Noé, M. (2017). Verken klanken en letters alzijdig. De wereld van Het Jonge Kind, 45 (3), 28-31.
[3] Geudens, A., Van Kerckhove, E., & Noé, M. (2018). Klanktekenkoppelingen verkennen. Doelbewust én kleutervriendelijk. Tijdschrift Taal, 9(13), 28-30.
[4] Gipe, K. S. (2009). Use of kindergarten screening assessments for the identification of at-risk readers (doctoraatsproefschrift). Philadelphia College of Osteopathic Medicine.
[5] SDN, De Jong, P. F., De Bree, E. H., Henneman, K., Kleijnen, R., Loykens, E. H. M., Rolak, M., Struiksma, A. J. C., Verhoeven, L. & Wijnen, F. N. K. (2016). Dyslexie: Diagnostiek en behandeling. Brochure van de Stichting Dyslexie Nederland.
[6] Sénéchal, M., Ouellette, G., Pagan, S., & Lever, R. (2012). The role of invented spelling on learning to read in low-phoneme awareness kindergartners: A randomized-control-trial study. Reading and writing, 25(4), 917-934.
[7] Staels, E., & Van den Broeck, W. (2017). Preventie van leesproblemen. Kenmerken van goed leesonderwijs en een goede voorbereiding bij kleuters. Caleidoscoop, 29 (4), 15-21.
[8] Van den Broeck, W. (2017). Wat is dyslexie? Caleidoscoop, 29(4), 8-14.
[9] Van der Leij, A. (2013). Dyslexie and early intervention: What did we learn from the Dutch Dyslexia Progamme. Dyslexia, 19, 241-255. doi: 10.1002/dys.1466
[10] Van Druenen, M., Gijsel, M., Scheltinga, F., & Verhoeven, L. (2012). Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs. Handreiking voor aankomende leerkrachten. ’s-Hertogenbosch: Masterplan Dyslexie. Beschikbaar op http://masterplandyslexie.nl/public/files/documenten/Leesproblemen_en_d…
[11] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[12] Van Loosbroek, I., Geudens, A., Noé, M., & Van Kerckhove, E. (2016). Articuleren en voelen van de klanken. Tilburg: Uitgeverij Zwijsen.
[13] Van Severen, L. & Feryn, S. (2016). Kaatje Klank. Een wetenschappelijk onderbouwde methode om klankbewustzijn en articulatie speels te stimuleren in de tweede kleuterklas/groep 1. Belsele: Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
[14] Vernooy, K. (2009). Lezen stopt nooit! Van een stagnerende naar een doorgaande leesontwikkeling voor risicolezers (lectoraat). Hogeschool Edith Stein/Onderwijskundigcentrum Twente en Expertis Onderwijsadviseurs.
Ongeveer een derde van de kinderen met een ouder met dyslexie, heeft zelf dyslexie
🗎 Uit literatuur blijkt
Kinderen lijken in leesvaardigheid op hun ouders [3]. Een kind loopt ook beduidend meer risico op leesproblemen wanneer ernstige leesproblemen in de familie voorkomen [7]. Zo heeft ongeveer een derde van de kinderen waarvan een ouder dyslexie heeft, zelf dyslexie [2]. Ook als een ander familielid, zoals een grootouder of een broer of zus dyslexie heeft, is er een verhoogde kans op dyslexie [1].
Erfelijkheid is echter niet allesbepalend. Enerzijds ontwikkelen gemiddeld twee op de drie kinderen met in de familie ernstige leesproblemen zelf geen dyslexie. Anderzijds zullen er ook kinderen zijn die leesproblemen ontwikkelen zonder dat de ouders weet hebben van dyslexie in de familie [6]. De kansen (zie sleutel nr. 8) die een kind krijgt, spelen ook een grote rol [5;7].
Bij een erfelijke belasting is het belangrijk om het kind extra positieve aandacht en begeleiding te geven, om zo tegengewicht te bieden aan wat genetisch of neurologisch meespeelt. Ondanks alle aandacht zullen bij bepaalde kinderen toch nog leesmoeilijkheden of leesproblemen ontstaan. Gelukkig kunnen ook kinderen met dyslexie een behoorlijke leesvaardigheid ontwikkelen en leesplezier ervaren [5].
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Regtvoort, A. G. F. M. (2014). Early identification and intervention in children at risk for reading difficulties (doctoraatseindwerk). Universiteit van Amsterdam.
[2] Staels, E., & Van den Broeck, W. (2017). Preventie van leesproblemen. Kenmerken van goed leesonderwijs en een goede voorbereiding bij kleuters. Caleidoscoop, 29 (4), 15-21.
[3] Van Bergen, E., Bishop, D., van Zuijen, T., & de Jong, P. F. (2015). How does parental reading influence children’s reading? A study of cognitive mediation. Scientific Studies of Reading. doi: 10.1080/10888438.2015.1050103.
[4] Van Bergen, E., Van der Leij, A., & de Jong, P. F. (2014). The intergenerational multiple deficit model and the case of dyslexia. Frontiers in Human Neuroscience, 8, 1-13. doi: 10.3389/fnhum.2014.00346.
[5] Van den Broeck, W. (2017). Wat is dyslexie? Caleidoscoop, 29 (4), 8-14.
[6] Van Druenen, M., Gijsel, M., Scheltinga, F., & Verhoeven, L. (2012). Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs. Handreiking voor aankomende leerkrachten. ’s-Hertogenbosch: Masterplan Dyslexie. Beschikbaar op http://masterplandyslexie.nl/public/files/documenten/Leesproblemen_en_d…
[7] Vanvooren, S., Poelmans, H., De Vos, A., Ghesquière, P., & Wouters, J. (2017). Do prereaders’ auditory processing and speech perception predict later literacy? Research in Developmental Disabilities, 70, 138-151. doi: 10.1016/j.ridd.2017.09.005.
Snel benoemen is een sterke voorspeller voor later leessucces.
🗎 Uit literatuur blijkt
Benoemsnelheid is de snelheid waarmee een kind een aangeboden reeks gegevens of symbolen kan opnoemen. Deze symbolen zijn bijvoorbeeld kleuren, prenten, cijfers of letters. Belangrijk is dat de gegevens voor het kind gekend zijn. Meestal komen dezelfde prenten of letters meerdere keren terug in de reeks. Het kind moet de items van de reeks zo snel mogelijk benoemen.
Het snel benoemen is een sterke voorspeller voor het latere leessucces[1,3,5-8]. Het lijkt in zekere zin ook op het lezen van letters in woorden. Het snel oproepen van symbolen speelt een belangrijke rol in het opmerken van kinderen met leesproblemen of bij een diagnose dyslexie. Kinderen met ernstige leesproblemen zijn minder goed in het snel benoemen dan kinderen zonder die leesproblemen. Ze zijn daarbij niet minder nauwkeurig maar wel significant trager[2]. Kinderen met (een risico op) ernstige leesproblemen roepen gegevens of symbolen die visueel gepresenteerd worden minder snel op uit hun geheugen.
Wanneer kleuters niet goed zijn in het snel benoemen, is meer aandacht bij het voorbereidend lezen duidelijk aangewezen[6]. We raden niet aan om hen te trainen in dit snel benoemen. Onderzoek heeft namelijk nog niet aangetoond of het zinvol is om snel benoemen te oefenen[6;7;9].
💡Wist je dat
Minder dan 1 op 5 van de Vlaamse kleuterleraren (17,5%) weet dat het snel benoemen van kleuren en getallen een risicosignaal is voor leesproblemen.
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Download de infofiche.
Het snel benoemen hoeft thuis niet extra geobserveerd of gestimuleerd te worden. Je kan wel alert zijn wanneer je kind moeilijk namen van andere kinderen, namen van de dagen van de week of liedjes en versjes kan onthouden [8]. Deze zaken moeten ook snel uit het geheugen gehaald worden en dit lijkt op de vaardigheid van snel benoemen. Bespreek dit met de leraar of logopedist van je kind.
Referenties
[1] Aarnoutse, C. & Bouwman, A. (2014). Monitoren van een goede leesstart. De wereld van het jonge kind, 41(9), 10-13.
[2] Denckla & Rudel, geciteerd in Gipe, K. S. (2009). Use of kindergarten screening assessments for the identification of at-risk readers (doctoraatsproefschrift). Philadelphia College of Osteopathic Medicine.
[3] Lonigan, C. J. & Shanahan, T. (2012). Executive summary of the report of the national early literacy panel. A scientific synthesis of early literacy development and implications for intervention. Jessup: National Institute for Literacy & National Center for Family Literacy.
[4] Smits, A. E. H. (2002). Signalering ontwikkeling beginnende geletterdheid. Zwolle: Windesheim O.S.O.
[5] Snel, M. (2014). Development of beginning reading. A study in word recognition during the first primary school year (doctoraatsproefschrift). Vrije Universiteit Amsterdam.
[6] Van den Broeck, W. (2017). Wat is dyslexie? Caleidoscoop, 29(4), 8-14.
[7] Van der Leij, A. (2013). Dyslexie and early intervention: What did we learn from the Dutch Dyslexia Progamme. Dyslexia, 19, 241-255. doi: 10.1002/dys.1466
[8] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[9] Van Vreckem, C., & Callens, S. (2016). Voorbereidende lees- en spellingvaardigheden van Vlaamse en Nederlandse kleuters: meer verschillen dan gelijkenissen…. Logopedie, 6, 31-45.
Hoe groter het gehoor- of oogprobleem, hoe groter de invloed op de leesontwikkeling.
🗎 Uit literatuur blijkt
Als voorbereiding op lezen, leren kinderen dat woorden uit losse klanken bestaan (zie sleutel nr. 4) en dat er een koppeling is tussen klanken en letters. Voor kinderen met gehoorproblemen vormt het horen van afzonderlijke klanken in woorden[14] en het horen van kleine verschillen tussen klanken een uitdaging. Bovendien is een kind met gehoorverlies meer vatbaar voor taalachterstand[14] (zie sleutel nr. 2). Hij of zij zal mogelijk ook minder plezier beleven aan klankspelletjes of bijvoorbeeld voorleesverhalen. Kinderen met oogproblemen kunnen het moeilijk hebben met het koppelen van letters aan klanken of met het zien van verschillen tussen letters. Zij zullen mogelijk minder experimenteren met geschreven taal (zie sleutel nr. 9).
Hoe groter het gehoor- of oogprobleem, hoe groter de invloed op de leesontwikkeling zal zijn. Als de problemen vroeg worden ontdekt en het kind snel geholpen wordt (bv. met een ooglapje, bril, een (implanteerbaar) hoortoestel of buisjes) zijn de gevolgen vaak kleiner. Toch is het belangrijk dat het kind ook dan verder begeleid en opgevolgd wordt. Soms is zelfs een gespecialiseerd traject nodig (bv. braille of gebarentolk).
Naast goed kunnen horen en zien, speelt ook het verwerken van wat je ziet of hoort een rol bij leren lezen[8;9]. Wetenschappers menen zelfs leesproblemen te kunnen voorspellen door te kijken wat er in het brein gebeurt tijdens het auditief verwerken[16]. Ook het geheugen speelt een belangrijke rol bij lezen. Kleuters moeten de koppeling tussen een klank en een letter kunnen onthouden. Ook bij spelletjes met klanken, woorden en zinnen hebben kleuters een goed geheugen nodig. Bij het latere leren lezen is het nodig om woorden en stukjes ervan te onthouden [10]. Zelfs het onthouden van een instructie of het uitvoeren van een taak op zich is voor sommige kinderen al lastig en heeft een invloed op het leren (lezen) [12].
🤝 Tips voor leraar & logopedist
Gehoor
Zicht
Geheugen
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Christelijke Mutualiteit (2004). Kinderogen in de kijker. Beschikbaar op https://www.cm.be/media/Kinderogen%20in%20de%20kijker_tcm47-9700.pdf
[2] Essilor (2019). Zichtproblemen bij kinderen. Geraadpleegd op 25 februari 2019 van https://www.essilor.be/nl/Alles-over-zicht/De-ontwikkeling-van-de-ogen/…
[3] Geudens, A., Stolwijk, D., Van Kerckhove, E., & Noé, M. (2017). Verken klanken en letters alzijdig. De wereld van Het Jonge Kind, 45 (3), 28-31.
[4] Gezondheid en Wetenschap (2019). Onderzoek van de ogen en het zicht bij kleine kinderen. Geraadpleegd op 25 februari 2019 van https://www.gezondheidenwetenschap.be/richtlijnen/onderzoek-van-de-ogen….
[5] Gordon, R.L, Fehd, H.M., & McCandliss, B.D. (2015). Does Music Training Enhance Literacy Skills? A Meta-Analysis. Frontiers in Psychology, 6, 1777. doi: 10.3389/fpsyg.2015.01777.
[6] Guérin, C., & Van Hoeck, K. (2019). De nieuwe richtlijn voor gehoorscreening in de CLB. Beschikbaar op https://www.vwvj.be/sites/default/files/horen/horen_-_communicatiemater…
[7] Koning, L. (2000). Speciale leesbegeleiding. ’s-Hertogenbosch: Malmberg.
[8] Lonigan, C. J., & Shanahan, T. (2012). Executive Summary of the report of the national early literacy panel. A scientific synthesis of early literacy development and implications for intervention. National Institute for Literacy & National Center for Family Literacy.
[9] Partanen, M., & Siegel, L.S. (2013). Long-term outcome of the early identification and intervention of reading disabilities. Read Writ, 27, 665-684. doi 10.1007/s11145-013-9472-1
[10] Staels, E., & Van den Broeck, W. (2017). Preventie van leesproblemen. Kenmerken van goed leesonderwijs en een goede voorbereiding bij kleuters. Caleidoscoop, 29 (4), 15-21.
[11] Uitgeverij Zwijsen (2016). Schatkist editie 3. Tilburg: Uitgeverij Zwijsen.
[12] Van de Sande, E., Bruggink, M., & Lamers, I. (2015). Executieve functies voor het leren lezen. Beschikbaar op
https://docplayer.nl/15423095-Executieve-functies-voor-het-leren-lezen-…
[13] Van Druenen, M., Gijsel, M., Scheltinga, F., & Verhoeven, L. (2012). Leesproblemen en dyslexie in het basisonderwijs. Handreiking voor aankomende leerkrachten. ’s-Hertogenbosch: Masterplan Dyslexie. Beschikbaar op http://masterplandyslexie.nl/public/files/documenten/Leesproblemen_en_d…
[14] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[15] Wentink, H., Hoogenboom, S., & Cox, A. (2009). Leesonderwijs en leesbegeleiding voor leerlingen met ernstige spraak- en/of taalmoeilijkheden (ESM). Een katern bij de protocollen leesproblemen en dyslexie. ’s-Hertogenbosch: Masterplan Dyslexie.
[16] White-Schwoch, T., Woodruff, K. C., Thompson, E. C., Anderson, S., Nicol, T., Bradlow, … Kraus, N. (2015). Auditory processing in noise: A preschool biomarker for literacy. PLOS Biology, 13(7). doi:10.1371/journal.pbio.1002196
Kleuters met minder kansen staan vaak minder ver in hun leesontwikkeling.
🗎 Uit literatuur blijkt
Kleuters beginnen niet allemaal met dezelfde kennis en ervaring met geschreven taal aan hun schoolloopbaan[9;12]. Dit verschil is voor een deel toe te schrijven aan de socio-economische context waarin de kinderen opgroeien[4;6;7;9;10]. In gezinnen met een lage socio-economische status (SES) hebben kinderen vaak minder kansen om hun beginnende geletterdheid te ontwikkelen. Sommige kinderen komen thuis weinig in contact met boeken en ze worden weinig voorgelezen[1;13]. Deze kleuters staan daardoor minder ver in hun leesontwikkeling[6;7;11;12] en hebben dikwijls minder interesse in lezen[12].
SES kan ook een invloed hebben op de mondelinge taalvaardigheid van de kleuter, bijvoorbeeld op het vlak van woordenschat[5;8]. De communicatie binnen deze gezinnen is dikwijls minder verbaal[3]. Bovendien missen deze kinderen vaak de nodige voorkennis om verhalen te begrijpen[8]. Ook hun letterkennis en fonologische vaardigheden kunnen soms minder goed ontwikkeld zijn[13].
Dit gebrek aan kansen kan ervoor zorgen dat deze kinderen moeilijker leren lezen[6;12]. Zonder gepaste hulp halen ze die achterstand zelden in[12]. Sterker nog, de effecten van een lage SES nemen in latere jaren alleen maar toe[6]. Gelukkig kunnen kleuterleraren heel wat doen om de kloof op vlak van geletterdheid te dichten van bij het begin[12].
Uiteraard bepalen de kansen die een kleuter krijgt niet alles. Niet alle kansarme kleuters leren moeilijker lezen.
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Aikens, N. L., & Barbarin, O. (2008). Socioeconomic differences in reading trajectories: The contribution of family, neighborhood, and school contexts. Journal of educational psychology, 100(2), 235.
[2] Billington, C. (2016). How digital technology can support early language and literacy outcomes in early years settings: A review of the literature. London: National Literacy Trust.
[3] Callens, S., & Van Vreckem, C. (2016). Voorbereidende lees- en spellingvaardigheden in het kleuteronderwijs: extra aandacht voor kleuters uit taalarme milieus is noodzaak. Zorgbreed, 13(51), 16-25.
[4] Cunningham, A. E., Zibulsky, J., & Callahan, M. D. (2009). Starting small: Building preschool teacher knowledge that supports early literacy development. Read Writ, 22, 487-510. doi 10.1007/s11145-009-9164-z
[5] Ginsborg, J. (2006). The effects of socio-economic status on children’s language acquisition and use. Language and social disadvantage: Theory into practice, 9-27.
[6] Gipe, K. S. (2009). Use of kindergarten screening assessments for the identification of at-risk readers (doctoraatsproefschrift). Philadelphia College of Osteopathic Medicine.
[7] Hilbert, D. D., & Eis, S. D. (2014). Early intervention for emergent literacy development in a collaborative community pre-kindergarten. Early Childhood Education Journal, 42(2), 105-113.
[8] Kaefer, T., Neuman, S. B., Pinkham, A. M. (2015). Pre-existing background knowledge influences socioeconomic differences in preschoolers’ word learning and comprehension. Reading Psychology, 36(3), 203-231.
[9] Lonigan, C. J., Purpura, D. J., Wilson, S. B., Walker, P. M., & Clancy-Menchetti, J. (2013). Evaluating the components of an emergent literacy intervention for preschool children at risk for reading difficulties. Journal of experimental child psychology, 114(1), 111-130.
[10] Snow, C. E., Burns, M. S., & Griffin, P. (1998). Preventing reading difficulties in young children. Washington DC: National Academy Press.
[11] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[12] Vernooy, K. (2013). Het verbeteren van de leesvaardigheid nader bekeken. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 52(5), 210-223.
[13] Whitehurst, G. J., & Lonigan, C. J. (1998). Child development and emergent literacy. Child development, 69(3), 848-872.
De manier waarop kleuters alsof-schrijven kan moeilijkheden met beginnend lezen voorspellen.
🗎 Uit literatuur blijkt
Nog voor een kind leert lezen en schrijven, is hij of zij zich ervan bewust dat geschreven taal bestaat. Kleuters leren hoe geschreven taal eruit ziet en waarvoor het gebruikt wordt. Ze pikken dit op bij het voorlezen, het omgaan met boeken en omdat geschreven taal overal aanwezig is[2].
Kleuters zien volwassenen of oudere kinderen geschreven taal gebruiken. Vaak vinden kleuters het leuk om dat te imiteren[5]. Ze gaan dan alsof-lezen en alsof-schrijven. Deze eerste pogingen tot schrijven worden ook wel ‘invented spelling’ genoemd[1;7]. Naarmate de kleuters meer ervaring opdoen met geschreven taal kan je in hun tekeningen of krabbels steeds meer elementen van geschreven taal ontdekken[1;5;6]. Ze tekenen bijvoorbeeld krabbels die op letters beginnen te lijken of ze laten witruimte tussen korte krabbels alsof het woorden zijn. Je kan aan de hand van deze elementen zien in hoeverre ze al inzicht hebben in de principes van geschreven taal[7]. Soms kan je zelfs al een juiste klanktekenkoppeling (het omzetten van een specifieke klank naar de bijbehorende letter) opmerken of een goede poging daartoe.
Het is een belangrijk signaal als kinderen nog weinig inzicht hebben in het de vorm en functie van geschreven taal[3]. De manier waarop kleuters alsof-schrijven of de mate van ‘invented spelling’ zou bovendien het succes in of de moeilijkheden met beginnend lezen en spellen voorspellen[1;2;6]. Ook bij het alsof-schrijven worden namelijk al verschillende vaardigheden tegelijk aangewakkerd: het horen en samenvoegen van losse klanken in woorden (zie sleutel nr. 4), het oproepen van letters (zie sleutel nr. 3) en het nadenken over taalelementen (zie sleutel nr. 1). Zo denken kleuters bij dit zelf ‘schrijven’ dus ook na over wat een woord of een zin is, over het verschil tussen een lang en een kort woord, over de leesrichting enz.[1;4]. Het verdient aandacht om kleuters aan te moedigen bij het experimenteren met schrijven[6].
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Bigozzi, L., Tarchi, C., Caudek, C., & Pinto, G. (2016). Predicting reading and spelling disorders: A 4-year prospective cohort study. Frontiers in psychology, 7, 337.
[2] Gipe, K. S. (2009). Use of kindergarten screening assessments for the identification of at-risk readers (doctoraatsproefschrift). Philadelphia College of Osteopathic Medicine.
[3] Lonigan, C. J., & Shanahan, T. (2012). Executive Summary of the report of the national early literacy panel. A scientific synthesis of early literacy development and implications for intervention. National Institute for Literacy & National Center.
[4] Sénéchal, M., Ouellette, G., Pagan, S., & Lever, R. (2012). The role of invented spelling on learning to read in low-phoneme awareness kindergartners: A randomized-control-trial study. Reading and writing, 25(4), 917-934.
[5] Treiman, R. (2017). Learning to spell words: Findings, theories, and issues. Scientific Studies of Reading, 21(4), 265-276. http://dx.doi.org/10.1080/10888438.2017.1296449
[6] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[7] Van Vreckem, C., & Callens, S. (2016). Voorbereidende lees- en spellingvaardigheden van Vlaamse en Nederlandse kleuters: meer verschillen dan gelijkenissen…. Logopedie, 6, 31-45.
Interesse voor geschreven taal motiveert een kind om te leren lezen.
🗎 Uit literatuur blijkt
Voor de leesontwikkeling is het belangrijk dat jonge kinderen interesse hebben voor geschreven taal[6]. Door voorlezen, boeken in de omgeving en het voorbeeld van anderen worden de meeste kinderen nieuwsgierig naar lezen [5;8;9]. Die nieuwsgierigheid en positieve ervaringen met verhalen motiveren hen om te leren lezen.
Wanneer een kleuter niet nieuwsgierig is naar lezen, kan dit verschillende oorzaken hebben. Zo kan het zijn dat het aanbod van geschreven taal onvoldoende is omwille van sociaal-economische redenen (zie sleutel nr. 8). Leesproblemen in de familie (zie sleutel nr 5) kunnen thuis ook een negatieve lading aan lezen geven. Maar ook om andere redenen kan er weinig aandacht zijn voor (leren) lezen. Ook in gezinnen waar je aandacht voor lezen zou verwachten, staat lezen niet altijd op de agenda [4]. Door gebrek aan tijd of veel andere activiteiten wordt thuis weinig voorgelezen of gelezen. Digitale media kunnen ook bij ouders de interesse voor boeken verdringen. De omgeving van het kind heeft echter een belangrijke voorbeeldfunctie: zien lezen, doet lezen. Vooral jonge kinderen worden beïnvloed door de thuisomgeving[7].
Daarnaast kan een kind (tijdelijk) uit zichzelf minder nieuwsgierig of zelfontdekkend zijn. De oorzaak kan een interne factor (bijvoorbeeld taalproblemen, autismespectrumstoornis) of een externe factor (bijvoorbeeld omstandigheden zoals ziekte of problemen thuis) zijn.
Leesplezier en leesmotivatie blijven de hele leesloopbaan cruciaal: hoe liever een kind leest, hoe meer het zal lezen en hoe beter het erin wordt[3;4].
🤝 Tips voor leraar & logopedist
👪 Tips voor ouders
Referenties
[1] Chambers, A (2011). Tell Me (children, Reading & Talk) with the Reading Environment. Gloucestershire: Thimble Press.
[2] Herreman, I., & Heylen, W. (2019). Taalmaatjes. Ouderbegeleiding bij kleuters met spraak- en taalproblemen. Gijzegem: SIG.
[3] Leesmonitor (2019). Van leesplezier naar leesgedrag. Beschikbaar op www.leesmonitor.nu/nl/van-leesplezier-naar-leesgedrag.
[4] Meijer, G., Pilon, H., & Smits, A. (2011). Het plezier in lezen staat voorop. Kunst van lezen.
[5] Mol, S.E. (2010). To read or not to read. Universiteit Leiden. Beschikbaar ophttps://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/16211/ToReadOrNotToRead_proefschrift.pdf
[6] Staels, E., & Van den Broeck, W. (2017). Preventie van leesproblemen. Kenmerken van goed leesonderwijs en een goede voorbereiding bij kleuters. Caleidoscoop, 29 4), 15-21.
[7] Van Bergen, E., Van der Leij, A., & de Jong, P. F. (2014). The intergenerational multiple deficit model and the case of dyslexia. Frontiers in Human Neuroscience, 8, 1-13. doi: 10.3389/fnhum.2014.00346.
[8] Van Druenen, M., Scheltinga, F., Wentink, H., & Verhoeven, L. (2017). Protocol Preventie Leesproblemen groep 1 en groep 2. Nijmegen: Expertisecentrum Nederlands.
[9] Vernooy, K. (2013). Het verbeteren van de leesvaardigheid nader bekeken. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 52(5), 210-223.
Wat helpt kleuters om zich goed voor te bereiden op lezen? Op basis van een uitgebreid literatuuronderzoek bundelden we aanbevelingen voor onderwijs en zorg. Deze aanbevelingen vertalen wetenschappelijke inzichten naar concrete handvatten voor de klas en de praktijk.
In het overzicht ontdek je welke aanpakken bijdragen aan een sterke leesbasis en hoe je kinderen gericht kunt ondersteunen. Wil je snel nagaan waar je al op inzet en welke kansen er nog zijn? Download dan de praktische checklist met alle aanbevelingen op een rij.
Op zoek naar inspirerend materiaal om kleuters voor te bereiden op lezen? In onze materialenbibliotheek vind je besprekingen van een vijftigtal materialen die ingezet kunnen worden in de klas, de praktijk of thuis.
De materialen die we bespreken, maakten tijdens het project deel uit van de collectie van docAtlas. Het overzicht biedt geen volledig beeld van het beschikbare aanbod, maar laat wel zien hoe materialen kunnen aansluiten bij aanbevelingen voor een sterke voorbereiding op lezen. Gebruik de checklist met aanbevelingen als leidraad om ook andere materialen te evalueren.
Bij elk materiaal bekijken we welke wetenschappelijk onderbouwde aanbevelingen en werkzame principes erin terugkomen. Daarnaast geven we suggesties om het materiaal nog gerichter in te zetten. De besprekingen zijn bedoeld als inspiratie en helpen je om bewuste keuzes te maken binnen het ruime aanbod aan materialen voor voorbereidend lezen.
Een sterke leesstart begint niet alleen op school, maar ook thuis. Daarom ontwikkelden we per sleutel een toegankelijke infofiche voor ouders (*). Daarin leggen we uit wat een sleutel precies inhoudt, hoe ouders deze kunnen herkennen bij hun kind en hoe ze hun kleuter verder kunnen ondersteunen.
De fiches helpen ouders actief mee te kijken, te observeren en signalen op te merken. Zo werk je als leerkracht, logopedist en ouder samen aan een sterke basis voor de latere leesontwikkeling.
Voor enkele sleutels zijn ook infofilmpjes beschikbaar die je met ouders kan delen:
(*) Dit document is een bundeling van de 10 infofiches die telkens één sleutel belichten.
Fit voor Lezen maakt deel uit van het project Valpreventie voor risicolezers: het risico op leesproblemen zien en opvangen. Vanuit de vaststelling dat kleuters met een risico op latere leesproblemen niet altijd tijdig worden herkend of ondersteund, ontwikkelden we materialen en informatie voor leerkrachten, logopedisten, ouders en leesbevorderaars. Met deze webpagina, checklists, aanbevelingen, materialenbesprekingen, infofiches en campagneposter willen we bijdragen aan een vroegtijdige signalering en preventie van leesproblemen, zodat meer kinderen een sterke leesstart kunnen maken.
Fit voor Lezen was een praktijkgericht wetenschappelijk onderzoeksproject van de opleiding Logopedie en Audiologie, de Lerarenopleiding en het Expertisecentrum Zorg en Welzijn van Thomas More.
Fit voor Lezen focust op de voorbereiding op lezen in de kleuterperiode.
Wie op zoek is naar ondersteuning rond het aanvankelijk leesonderwijs in het eerste leerjaar, kan terecht bij het vervolgproject LeesSTART, dat wetenschappelijke inzichten vertaalt naar een krachtige leesaanpak voor beginnende lezers.
Fit voor Lezen kwam tot stand dankzij de samenwerking van vele partners en betrokkenen uit onderwijs, zorg en leesbevordering. De campagneposter en illustraties werden financieel ondersteund door Cera. De illustraties werden gerealiseerd door Jacques Maes en Lise Braekers (Jacques & Lise).
Daarnaast konden we rekenen op de steun van verschillende organisaties bij de verspreiding van de campagne, waaronder de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten, Canon Cultuurcel van Departement Onderwijs & Vorming, Stad Antwerpen, VVBAD, vzw Belpaire en docAtlas.
We bedanken ook de vele collega's, studenten, professionals uit het werkveld en medewerkers van Iedereen Leest voor hun waardevolle input en advies.
Werkten mee aan dit project: