Overslaan en naar de inhoud gaan

Hoe kan je leerlingen leren studeren met succes? (deel 2)

20/12/2023
Tine Hoof Begeleider professionele ontwikkeling en onderzoeker
Eva Maesen Begeleider professionele ontwikkeling en onderzoeker

Intussen twee jaar geleden verscheen het tweeluik Studeren met succes, twee boekjes die de wetenschap van het studeren op een toegankelijke manier vertalen naar een studeergids voor studenten en een bijhorende handleiding voor leraren. Uit onderzoek blijkt namelijk dat (zelfs oudere) leerlingen en studenten spontaan vaker kiezen voor minder effectieve studeerstrategieƫn, zoals leerstof enkel herlezen of overschrijvend samenvatten. En dat terwijl andere studeerstrategieƫn, zoals jezelf testen, meer bijdragen tot het diepgaand verwerken van de leerstof. Die effectieve strategieƫn voelen echter minder comfortabel aan, wat deels verklaart waarom ze minder populair zijn. Leerlingen hebben dus nood aan expliciete instructie over welke leerstrategieƫn meer leiden tot onthouden en begrijpen, waarom die strategieƫn effectiever zijn, bij welke leerstofonderdelen ze die kunnen zetten en vooral ook hoe ze dat precies kunnen doen. Met andere woorden, ook bij het leren studeren is de leraar aan zet.

In deze blogreeks geven wij dan ook graag het woord aan leraren die op hun school aan de slag gaan met de inzichten en studeerstrategieĆ«n uit Wijze Lessen en Studeren met succes. In deel 1 vertelde leraar Christophe Keyenberg over hoe hij via een aantal leren leren sessies voor leerlingen, maar vooral ook vakgebonden (in zijn lessen, toegepast op de leerstof) inzet op leren leren. In deel 2 van deze reeks is leraar Kristof Nijs aan het woord. Samen met zijn collegaā€™s van het Atheneum Martinus in Bilzen volgde hij enkele jaren geleden een professionaliseringstraject over effectieve leerstrategieĆ«n bij ons Expertisecentrum. Hij liet zich daardoor inspireren om in zijn lessen filosofie, gedrags- en cultuurwetenschappen in te zetten op leren leren. Dat doet hij enerzijds door zijn leerlingen expliciet aan te leren hoe ze tijdens de les notities kunnen nemen die ze ook tijdens het studeren kunnen gebruiken. Anderzijds probeert hij datzelfde effectievere studeergedrag te stimuleren door zijn eigen cursusmateriaal doordacht te ontwerpen.

ā€œDe voorbije jaren ben ik op zoek gegaan naar hoe ik mijn leerlingen kan aanleren om gestructureerde notities te nemen tijdens mijn lessen, zodat die een goede basis vormen voor een volgende fase van actieve verwerking, tijdens het studeren. Ik merkte dat mijn leerlingen het best moeilijk vonden om tijdens de les beknopte aantekeningen te maken en dat ze tijdens het studeren vaak vooral veel informatie overschreven in samenvattingen. Ik wou hen de Cornell-methode aanleren, zodat ze daar zowel in de klas (tijdens het nemen van aantekeningen) als thuis (tijdens het studeren) mee aan de slag konden. Aangezien deze manier van samenvatten nieuw is voor de leerlingen, heb hen eerst en vooral aan de hand van de studeerkaart uit Studeren met succes uitgelegd:

  • wat de strategie precies inhoudt. Leerlingen zijn vaak niet vertrouwd met de Cornell-methode en de bijhorende specifieke pagina-indeling.
  • waarom deze strategie goed kan werken. Aan de hand van de kernwoorden in de kantlijn kunnen leerlingen zichzelf namelijk testen, een hele krachtige leerstrategie, zeker als ze dat gespreid in de tijd doen. Bovendien doet de beknopte samenvatting onderaan hen op zoek gaan naar de echte kerngedachte van de les. Ik benadruk ook hoe deze manier van samenvatten, in tegenstelling tot de samenvattingen die leerlingen spontaan maken, hen meer aanzet tot diep nadenken over de leerstof (ā€œWat is de kerngedachte? Welk kernwoord vat die het beste samen? Hoe kan ik dat in eigen woorden correct weergeven?ā€).
  • wanneer ze die kunnen inzetten. Ze kunnen de Cornell-methode inzetten om notities te nemen tijdens de les of om leerstof samen te vatten, niet enkel voor mijn vakken, maar ook voor bijvoorbeeld geschiedenis of bepaalde leerstofonderdelen van Nederlands.

Vervolgens demonstreer ik hoe ze de strategie precies kunnen inzetten, toegepast op de leerstof die we op dat moment bestuderen. Ik redeneer hardop over welke kernwoorden ik selecteer en waarom, hoe ik die in eigen woorden verklaar of schematisch samenvat ā€¦ Ik bied ook ondersteuning aan bij het inzetten van deze strategie, zowel expliciet als impliciet. Tijdens de les besteed ik bijvoorbeeld veel aandacht aan de kernwoorden bij een tekst, een verwerkingsopdracht of een bepaalde lesfase. Ook in mijn cursusmateriaal staan de kernwoorden vetgedrukt. Die ondersteuning bouw ik wel af, zo komt er steeds meer verantwoordelijkheid bij de leerling te liggen. Daarnaast bied ik subtiele ondersteuning door bijvoorbeeld ook in het cursusmateriaal dat ik zelf ontwikkel een brede kantlijn te voorzien. Ik leg leerlingen uit dat ze die kunnen gebruiken om tijdens de les in die kantlijn kernwoorden, toetsvragen, verklaringen ā€¦ te noteren.

Die aandacht in les voor de kernwoorden en de structuur van dit thema vormen de basis voor de Cornell-samenvatting die ik leerlingen na de les laat maken. Op die manier worden ze gestimuleerd om de lesinhoud opnieuw te verwerken en te ā€˜herknedenā€™. Ik benadruk het belang van diep nadenken tijdens die verwerking om te vermijden dat ze toch hervallen in ā€˜overschrijvend samenvattenā€™. Leerlingen dienen die samenvattingen ook regelmatig in, zodat ik feedback kan geven. Ik verbeter niet elke samenvatting in detail, maar ik let wel op een aantal aandachtspunten: Zit er structuur in hun samenvatting? Staan de belangrijkste kernwoorden in de kantlijn? Ik vraag hen bovendien na het maken van de samenvatting om ook drie mogelijke toetsvragen te bedenken bij de leerstof: een kennisvraag (ā€œWat houdt de scheiding der machten in?ā€), een vaardigheidsvraag waarin ze theorie moeten toepassen (ā€œWaarom wordt het principe van de scheiding der machten opnieuw druk besproken bij de rechtszaak over de klimaatzaak?ā€) en een diepe denkvraag waarbij ze andere leerstofonderdelen of de actualiteit betrekken (ā€œLink deze leerstof aan het vorige thema waarin we de links-rechts as met de verschillende politieke partijen besprakenā€). Op die manier creĆ«ren leerlingen een eigen databank met mogelijke toetsvragen aan de hand waarvan ze zichzelf (of elkaar) kunnen toetsen tijdens het studeren.

Zelfs met mijn klassen in het vijfde en zesde jaar werk ik dus expliciet aan leren leren. De leerstof wordt complexer en leerlingen botsen op de valkuilen die verbonden zijn aan minder effectieve studeerstrategieĆ«n. Sommige leerlingen kregen in de loop van hun schoolloopbaan wel al eens een lessenreeks ā€˜leren lerenā€™, maar dat is vaak enkel bij de overgang naar het secundair onderwijs (en dus al lang geleden). De vertaalslag naar specifieke vakken en leerstofonderdelen blijft vaak uit. En daar wil ik hen dus in ondersteunen, zeker met het oog op het hoger onderwijs. Leerlingen zien daar ook zelf de waarde echt van in. Dat blijkt uit onder andere uit de reflectievragen over hun studeergedrag die ik hen na een groter leerstofgeheel laat beantwoorden. Daarin geven leerlingen aan dat de Cornell-methode hen dieper doet nadenken over de structuur van de les en vooral dat deze samenvattingen een handige studeerhulp zijn. Ze vinden het niet per se ā€˜leukā€™ om die samenvattingen te maken (en dat hoeft ook niet), maar ze erkennen wel dat het hen helpt om effectiever en efficiĆ«nter te studeren.ā€