Overslaan en naar de inhoud gaan

Realiseer je goede voornemens met effectieve implementatie-intenties!

16/01/2024
Kristel Vanhoyweghen Coördinator professionalisering

Bij de start van een nieuw jaar maken veel mensen goede voornemens. Misschien wil jij als leraar in 2024 wel (nog) meer inzetten op effectieve didactiek in je klas. In dat geval kan deze blog je misschien helpen om dat voornemen ook Ă©cht te realiseren. We weten immers dat er een grote kloof dreigt tussen zeggen en doen (the intention-behaviour gap). Hoe gemotiveerd we ook zijn, na het stellen van goede voornemens duiken vaak zelfregulatieproblemen op zoals niet opgestart geraken, in oude gewoonten vervallen of afwijken van je voornemens. Hoe vaak heb je je al voorgenomen om meer te bewegen, gezonder te eten 


Veelvuldig onderzoek bevestigt deze kloof ook: het formuleren van goede voornemens of intenties  zoals ‘ik ben van plan om xx te bereiken’ is niet voldoende om eventuele zelfregulatieproblemen te voorkomen en daadwerkelijk je gedrag te veranderen (Gollwitzer & Sheeran, 2006).  Wil je de kans vergroten om je voornemen waar te maken, dan is nog een tweede actie nodig, namelijk het opstellen van  implementatie-intenties.

Wat zijn implementatie-intenties?

Implementatie-intenties zijn ‘als-dan’- plannen die specifiĂ«ren wanneer, waar en hoe je zal handelen om een bepaald doel te bereiken, zoals "Als situatie X zich voordoet, dan zal ik actie Z uitvoeren!" Bijvoorbeeld: “Als nieuwe begrippen worden geĂŻntroduceerd in de les, dan zal ik een aantal concrete voorbeelden daarvan geven”. Implementatie-intenties doen je vooraf goed nadenken over wat er zal of zou kunnen gebeuren en hoe je daarop zal reageren. Je bent zo bedacht op mogelijke situaties waardoor je, als ze plaatsvinden, weloverwogen kan handelen. Door een specifieke verwachte situatie te verbinden met doelgericht gedrag, verplicht je jezelf om op een specifieke manier op een bepaalde situatie te reageren. (Gollwitzer & Sheeran, 2006; McDaniel, & Einstein, 2020).

Waarom zijn deze implementatie-intenties effectief?

Door actief na te denken over de specifieke verwachte situatie, activeer je die situatie sterk in je geheugen, waardoor die toegankelijker wordt en makkelijker herkend wordt wanneer die zich voordoet. In het voorbeeld hierboven wordt de situatie ‘wanneer je nieuwe begrippen introduceert in de les’ dus versterkt in je geheugen. De kans dat er een belletje gaat rinkelen als je nieuwe begrippen wil aanbrengen in je klas is alvast vergroot.

Daarnaast selecteerde je ook doelgericht gedrag dat je wil stellen. In het voorbeeld wil je het gedrag ‘concrete voorbeelden geven bij nieuwe begrippen’ stellen. Vervolgens ga je beide bewust aan elkaar koppelen. Deze mentale handeling, het koppelen van de situatie aan het gedrag (als-dan), zorgt ervoor dat wanneer de specifieke situatie zich voordoet, het bijhorende doelgericht gedrag mee opgeroepen wordt. Geheugensteuntjes en herhaling zorgen dat deze koppeling na verloop van tijd snel, efficiĂ«nt en quasi onbewust wordt gemaakt. Wanneer je na een tijdje een nieuw begrip introduceert in de les, wordt het geven van concrete voorbeelden automatisch getriggerd (Gollwitzer, 1999).

Hoe stel je werkende implementatie-intenties op?

Denk eerst en vooral bewust na over je voornemen. Wat wil je bereiken? Hoe groter de betrokkenheid tot wat je wil bereiken, hoe sterker het effect van je implementatie-intentie zal zijn. Kies didactische aanpakken waarvan je weet dat ze kansrijk zijn om het leren van al je leerlingen te bevorderen. Onze boeken ‘Wijze Lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek’ en ‘Leer studenten studeren met succes’, of de technieken uit ‘Teach like a champion 3.0’ van Doug Lemov kunnen een goede inspiratiebron zijn.  

Hieronder formuleren we zes richtlijnen voor succesvolle implementatie-intenties. Ze zijn geformuleerd op basis van de meta-analyse die Harry Fletcher-Wood met collega’s (2021) schreef over kenmerken van effectieve professionele ontwikkeling en van het boek ’Habits of success’ dat dezelfde auteur (2022) schreef over het aanleren van goede klas- en leergewoontes. We passen de richtlijnen meteen toe op een voorbeeld. We willen er wel meteen bijzeggen: deze blogpost dient niet (!) om je aan te zetten om die voornemens of implementatie-intenties te gaan formaliseren in een versmachtende administratie. Onderstaande verwijst vooral naar een mindset, het geeft richting in het denken over hoe je als leraar nieuwe, effectieve didactische aanpakken wil gaan gebruiken in de klas.

Voorbeeld van een voornemen:
‘Ik wil dit jaar alle leerlingen actief laten nadenken in de klas en zal daarom ‘ongevraagd aanwijzen’ implementeren.’ Bij ongevraagd aanwijzen (cold calling) laat je de leerlingen hun vinger ‘niet’ (!) opsteken als je vragen stelt, maar bepaal jij als leraar zelf (of willekeurig via bijvoorbeeld het trekken van naampjes uit een doosje) wie het woord krijgt. Meer info over het belang van ongevraagd aanwijzen lees je in deze blog.

Richtlijnen met voorbeeld van een implementatie-intentie

  1. Bedenk wanneer
    Wanneer zou een geschikt moment kunnen zijn om ‘ongevraagd aanwijzen’ uit te voeren? Doe je het nadat je de theorie hebt overlopen, op het moment dat je klassikaal het begrip checkt of als je ziet dat te veel leerlingen afgeleid zijn? Probeer je de lessituatie in te beelden en kies een moment dat specifiek, duidelijk en best ook gelinkt is aan bestaande kennis of gewoontes. Tracht bij de selectie van je situatie rekening te houden met de mogelijke cognitieve belasting op dat moment, de leernoden van je leerlingen en je klascontext.
    Denk ook na over wanneer je wil starten met het ongevraagd aanwijzen. Doe je dat onmiddellijk de eerste les na de vakantie of bij de start van het volgende hoofdstuk? Stel jezelf een deadline. Wacht er niet te lang mee, want dat verlaagt je motivatie en betrokkenheid tot je doel. Plan anderzijds ook niet te snel of meteen te vaak in.  


    Voorbeeld:
    - Tussen mijn uitleg over een nieuw stukje leerstof en de eerste oefening.  
    - Ik start in de tweede week na de vakantie, zodat leerlingen terug hebben kunnen wennen aan school. 
     

  2. Bedenk hoe
    Bepaal zo concreet mogelijk hoe je het zal aanpakken. Hoe concreter je dit doet, hoe groter de kans op daadwerkelijke actie. Bepaal waarom dit het leren bevordert, of dit geldt voor zowel sterke als minder sterke leerlingen, welke benodigdheden je zal voorzien 
 Denk ook preventief na over mogelijke hindernissen. Wat ga je bijvoorbeeld doen als je leerlingen niet reageren zoals je verwacht had?

    Voorbeeld:
    - Ik vertel de leerlingen waarom deze strategie het leren bevordert en wat ik van hen
       verwacht.
    - Ik stel een vraag en geef voldoende denktijd.
    - Ik laat een leerling antwoorden en wacht opnieuw even zodat het antwoord kan
       inzinken bij de andere leerlingen.  
    - Via bijvragen (ook met ongevraagd aanwijzen) komen we met de klas tot het
        volledige juiste antwoord.
       Leerling weet het niet? =>“Probeer hoe ver je geraakt”, en dan eventueel
        ondersteunende vragen stellen.
       Niemand weet het? => Instructie herhalen.
     

  3. Bespreek je plan met anderen
    Mensen zullen meer tot actie overgaan als ze hun plan gedeeld hebben met anderen. Bedenk dus wie je wil betrekken bij je implementatie-intenties. Misschien vind je wel een collega die ook het inzetten op didactisch handelen en eventueel zelfs ook ‘ongevraagd aanwijzen’ wil implementeren?
     

  4. Voorzie aanwijzingen
    Help jezelf met het herinneren van je implementatie-intentie. Dit kan via een deadline (zie ook ‘plan wanneer’) of geheugensteuntjes die voor jou werken: een herinnering in je digitale agenda of jaarplanning, een geplande e-mail aan jezelf, een post-it in je werkboek of een discreet uitroepteken op de juiste slide in je presentatie. Tot slot kun je ook afspreken met je collega om regelmatig naar elkaars voortgang te vragen of misschien zelfs eens in mekaars les binnen te kijken.  

    Voorbeeld:
    Ik kleef een post-it met daarop mijn aanpak op het theoretisch deeltje in mijn docentenboek.  
     

  5. Monitor je acties
    Denk na elke uitvoering kort na over wat je deed en hoe. Lukte het goed of niet? Wat zou je anders kunnen doen? Dit soort registratie en zelfcontrole zijn zelfregulatiestrategieën die de kans op effectieve implementatie kunnen vergroten. Het monitoren dwingt je om specifieke aandacht te besteden aan je gedrag en de effecten ervan. Dit hoeft geen complex proces te zijn.

    Voorbeeld:
    Ik denk na over hoe het nog sterker kan, zoek een verbeterpunt en vertel bij de koffie aan collega X hoe en waarom ik ga bijsturen.
     

  6. Herhaal
    Regelmatige herhaling versterkt zowel het effectief opsporen van de specifieke verwachte situatie als de koppeling naar het doelgerichte gedrag. Herhaal dus meermaals die didactische aanpak en oefen, oefen, oefen. Zo kom je tot automatisatie en vorm je een nieuwe bijzonder effectieve gewoonte.

    Voorbeeld:
    Ik breng een nieuwe post-it (met verbeterpunt) aan bij het volgende stukje theorie, want ook dan zal ik begrip checken via ‘ongevraagd aanwijzen’.

Slaagde je erin deze effectieve didactische aanpak te verankeren in je dagelijkse werking? Proficiat! Dit succes(je) zet je hopelijk aan tot het formuleren van een uitbreiding of nieuw voornemen. Kies je bijvoorbeeld om in te zetten op (een) productieve leerstrategie(ën), dan kan deze blogreeks je  inspireren.    

Ik wens je een effectief en intentierijk 2024 toe, met fijne collega’s die samen met jou een duurzame verankering van effectieve didactiek in de klas willen realiseren. Succes, en als nieuwjaarsgeschenkje krijg je een actiefiche over ongevraagd aanwijzen.

Referenties
  • Fletcher-Wood, H. (2022). Habits of success. Getting every student learning. Abingdon, Oxon: Routledge.
  • Gollwitzer, P. M. (1999). Implementation Intentions: Strong effects of simple plans. American Psychologist, 54(7), 493–503.
  • Gollwitzer, P. M., & Sheeran, P. (2006). Implementation Intentions and Goal Achievement: A Meta-analysis of Effects and Processes. Advances in Experimental Social Psychology.
  • McDaniel, M. A., & Einstein, G. O. (2020). Training learning strategies to promote self-regulation and transfer: The knowledge, belief, commitment, and planning framework. Perspectives on Psychological Science, 15(6), 1363-1381.
  • Sims. S., Fletcher-Wood, H., O’Mara-Eves, A., Cottingham, S., Stansfield, C., Van Herwegen, J. & Anders, J. (2021). What are the characteristics of teacher professional development that increase pupil achievement? A systematic review and meta-analysis. London: Education Endowment Foundation.